Steekpartijen, aanslagen en politiegeweld in Israël. Het eeuwig durende conflict tussen de Palestijnen en Israëliërs duikt de laatste weken steeds vaker op in het nieuws. De grootste angst wordt zelfs al heel voorzichtig bij de naam genoemd: het begin van een nieuwe Intifada.

Het conflict in Israël laat zich moeilijk uitleggen. Dat komt vooral omdat Israël, na de zelf uitgeroepen onafhankelijkheid in 1948, permanent in staat van oorlog is geweest. Israel vocht door de jaren heen met de Arabische buurlanden die weigerden de staat te erkennen, maar ook met de lokale Palestijnse bevolking. Het geweld bracht een grootschalige vluchtelingenstroom teweeg onder deze Palestijnen. Zij organiseerden zich in het buitenland als de PLO (Palestine Liberation Organisation), vooral bekend van de leider Yasser Arafat. De PLO vocht voor erkenning: de Palestijnse bevolking was in al het geweld op de achtergrond geraakt. De guerrillastrijd die de PLO uitvocht vanuit Jordanië en Libanon moest voor die erkenning zorgen. De internationale media richtten massaal hun camera’s op het geweld van Israël. De hele wereld keek mee.

Eerste Intifada (1987-1993)

De aandacht van de media bleek van levensbelang, vooral toen in 1987 de eerste Intifada losbarstte. Het woord Intifada is Arabisch voor ‘afschudden’, en staat voor een grootschalige, georganiseerde volksopstand. De aanleiding in 1987 was een auto-ongeluk waarin vier Palestijnen om het leven kwamen. Al snel ging het gerucht dat de betrokken Israëlische vrachtwagenchauffeur bewust op de Palestijnen was ingereden. Het bleek de laatste druppel voor de Palestijnen die een emmer deed overlopen.

De volgende dag brak er in de Gazastrook spontaan de opstand uit. Het Israëlische leger, dat tot die dag nog verschillende vijandelijke buurlanden buiten de deur had gehouden, stond tijdens Intifada voor een een nieuwe tegenstander – de hele wereld werd getuige van de iconische beelden: kinderen met een katapulten die het opnemen tegen Israëlische tanks.

Letterlijke mediaoorlog

Achter elke Palestijnse stenengooier stond een leger van cameralenzen, met daarachter de internationale publieke opinie. Israël kwam in een kwaad daglicht te staan, steun van de westerse wereld, met name van de Verenigde Staten, stond op het spel. De Israëlische angst om in een negatief frame te belanden nam ongekende vormen aan. De Palestijnse organisaties aan het hoofd van de opstand waren zich bewust dat ze machteloos tegenover het Israëlische troepen stonden, maar machtig in de internationale publieke en politieke opinie. Zij probeerden dat zo effectief mogelijk uit te buiten.

Zo luidde het devies geen vuurwapens op te pakken. Dit bleek cruciaal om de superieure Israëlische strijdkrachten te ketenen. Toch zouden er, ondanks de bescherming van de internationale publieke opinie, 1.100 Palestijnen sneuvelen, met 164 slachtoffers aan de Israëlische zijde.  Na 1990 nam de intensiteit van de opstand af en in 1993 werden de Akkoorden van Oslo getekend, wat het officiële einde van de eerste Intifada betekende. In Oslo beloofde Israël de terugtrekking van troepen en verbetering van de Palestijnse situatie. In ruil legden de Palestijnen hun katapulten neer.

Tweede Intifada (2000-2005)

Van de verbeteringen die de Akkoorden van Oslo aan de Palestijnen beloofden kwam niks terecht. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de situatie wederom  escaleerde. De Tweede Intifada bleek echter een stuk radicaler van aard. Dit keer was de opstand een stuk minder spontaan ontstaan en speelde de PLO, samen met islamitische beweging Hamas, een grotere rol in de opzet en uitvoering.

Ook was het geweld veel excessiever. Zo maakte de wereld in deze periode kennis met een toen nog vrij onbekend fenomeen: de zelfmoordterrorist. De katapult bleef thuis en het vuurwapen kwam uit de kast. Grootschalige propaganda acties probeerden fanatiek de lokale Palestijnen op te roepen om zich in te zetten als levend schild.

De slachtofferrol verspeeld

Maar de succesformule van de Eerste Intifada was totaal verkeerd geïnterpreteerd. De wereld reageerde vol afschuw op de bomaanslagen. De bange gezichten van de gedupeerde Israëlische bevolking keerde de publieke opinie tegen de Palestijnen. Het beeld kantelde: van dappere, arme opstandelingen nu harteloze terroristen.

De Tweede Intifada zorgde voor bijna duizend Israëlische doden. De Palestijnse kant leed drie keer zo veel verliezen, waaronder veel burgers. In plaats van een akkoord werden er dit keer enorme muren gebouwd, om de Palestijnse terrorist buiten de deur te houden. Het straatbeeld dat het gebied nu kent werd een feit.

Derde Intifada?

Na het einde van de Tweede Intifada is de aankondiging van een Derde al vele malen gepasseerd. Zal het nu dan echt gaan gebeuren? De sleutel ligt in de organisatie. Tot nu toe zijn de steekpartijen en aanslagen grotendeels ongecoördineerd. Zodra er zich vormen van organisatie gaan tonen moeten de alarmen af gaan.

Twee recente aanslagen in Jeruzalem, waarbij drie Israëliërs omkwamen, vonden vrijwel op hetzelfde moment plaats. Alle ogen waren daarom direct gericht op Hamas, een mogelijke organisator. Maar uit die hoek werd betrokkenheid ontkend. Aan deze escalerende situatie komt voorlopig nog geen einde. Hoog tijd om eens goed op te letten wat voor nieuws er allemaal uit Jeruzalem gaat komen. De discussie rond een nieuwe Intifada is daarmee eigenlijk pas begonnen.