De berichtgeving die volgde op het neerstorten van  de Russische Airbus A321 in de Sinaï-woestijn leek vooral te bestaan uit geruchten, tegenstrijdige informatie en voorbarige conclusies. Zo hielden Russische en Egyptische media nog enige tijd vol dat er sprake was van vals alarm en dat het vliegtuig alweer onderweg was naar Turkije. Een reconstructie van onduidelijkheid en tegenstrijdige belangen.

Nu het steeds waarschijnlijker wordt dat de vliegtuigcrash van 31 oktober is veroorzaakt door een aanslag, zelfs Poetin gaf het uiteindelijk toe, spelen ook steeds meer politieke belangen een rol. Poetin loopt het risico dat zijn volk gaat twijfelen aan zijn beleid van bombarderen in Syrië, nu deze mogelijk hebben geleid tot een aanslag op Russische burgers.

De Egyptische president zou gezichtsverlies lijden als blijkt dat Egypte niet veilig is en vreest toeristen kwijt te verliezen. De Verenigde Staten willen dat Rusland de steun aan de Syrische president Bashar al-Assad te minderen en hebben er baat bij als het Russische beleid minder bijval krijgt van de eigen bevolking. IS kan, met het opeisen van deze crash, machtsvertoon laten zien aan de wereld. Tot slot heeft de media er belang bij om nieuwe ontwikkelingen rondom de crash zo snel mogelijk naar buiten te brengen en lezers te trekken. Al deze verschillende belangen lijken de berichtgeving rondom deze ramp te beïnvloeden.

De eerste berichten

De eerste berichten na de crash zijn onduidelijk. Zoals gezegd hielden Russische en Egyptische media nog korte tijd vol dat het vliegtuig weer onderweg was naar Turkije. Niet veel later werd er toch gezegd dat het vliegtuig ‘verdwenen’ was. David Jan Godfroid, Rusland-correspondent van de NOS, twittert dat deze woordkeuze opmerkelijk is aangezien het al duidelijk is dat het toestel is neergestort.

Een Egyptische luchtvaartfunctionaris meldde al vrij snel dat de gezagvoerder van het vliegtuig aan de luchtverkeersleiding had gevraagd of er een noodlanding gemaakt kon worden. Bijna alle media namen dit over terwijl dit bericht de volgende dag onjuist bleek te zijn: er was helemaal geen noodoproep geweest. Hieruit blijkt dat onjuiste informatie snel kan worden verspreid als journalisten geen tijd hebben om de eerste onderzoeken af te wachten en onmiddellijk iets willen publiceren.

Op sociale media eiste IS al dezelfde dag dat de aanslag op. Voor hen zou dit machtsvertoon betekenen en daarom werd deze verklaring sterk betwijfeld. Toch werd in sommige kranten, zoals de Telegraaf en de Elsevier, meteen gekopt over deze verklaring van IS en werd er een apart stuk over geschreven. Andere media zoals de NOS en de Volkskrant benoemden de verklaring kort en schreven niets over IS in de koppen.

Op de achtergrond

Vijf dagen na de crash, op 5 november, meldde CNN dat Amerikaanse inlichtingendiensten vrijwel zeker wisten dat IS inderdaad een bom had geplaatst in het vliegtuig. Ondanks dat er nog steeds geen zekerheid was, brachten westerse media dit meteen naar buiten. Ze gebruikten daarbij termen als ‘waarschijnlijk’ en ‘er vanuit gaan’. Zowel de Russische als de Egyptische media bleven daarentegen vaag. In Radio EenVandaag van 5 november zei  Ruslanddeskundige Helga Salemon dat de Russische media wel schrijven over de mogelijkheid van een bom maar met geen woord verwijzen naar IS. “Ze omzeilen het zoveel ze kunnen om duidelijke taal te spreken”, aldus Salemon. Ook merkte zij op dat de Russische berichtgeving de crash zoveel mogelijk op de achtergrond houdt.

Ook in Egypte werd de crash niet uitgebreid behandeld door de media. “De media benadrukken dat het gerucht van een terroristische aanslag met een korrel zout genomen moet worden”, zegt  Arabiste Annabell van den Berghe in dezelfde radio-uitzending. Volgens haar probeert de Egyptische overheid bovendien om journalisten zoveel mogelijk uit de buurt van het rampgebied te houden. Door alle geruchten over de mogelijke oorzaken wordt bijna vergeten dat het hier gaat om een ramp met 224 doden. Er zijn slechts enkele berichten die iets meer inzoomen op het leed van de nabestaanden, terwijl er maar één ding zeker is: de crash heeft 224 mensen het leven gekost.