Trumps stoere taal over zijn omgang met vrouwen wordt door media vooral opgepikt als een persoonlijke misstap. Maar, veel relevanter, zijn machismo zegt ook iets over zijn geschiktheid als president. En dat vergeten journalisten. 

Op 7 oktober viel er een bom in op de verkiezingscampagne van de republikeinse presidentskandidaat Donald Trump. De Washington Post lekte een opname uit waarin Trump denigrerende uitspraken doet tegenover vrouwen. “Ik voel me automatisch aangetrokken tot mooie– Ik begin ze gewoon te zoenen. […] Ik wacht niet eens.” Zijn uitspraken hebben geleid tot ontsteltenis en walging bij velen, en hebben tot gevolg dat een aantal prominente Amerikanen afzien van hun steun aan Trump. Senator Mike Lee, lid van de Republikeinse Partij, liet op Facebook weten dat hij zich “niet comfortabel” zou voelen met Trump als “leider van de vrije wereld”.

Opvallend is het feit dat de media voornamelijk focussen op het choquerende element van het voorval. De media weten dat de lezers en kijkers smullen van schandalen, zeker waar het de omstreden presidentskandidaat Donald Trump betreft. Vervolgens spelen zij in op dit verlangen door de nadruk te leggen op zijn meest grove uitspraken (“Grijp ze bij hun poesje”) en te rapporteren over de ontzette reacties van bekende personen – voornamelijk vrouwen.

Maar waar de media weinig over berichten, is over het politieke aspect van het incident. Zo blijft een uitgebreide analyse over wat Trump als president zou kunnen betekenen voor de (Amerikaanse) vrouw uit. Enkele media, waaronder de New York Times, suggereren dat Trump de positie van de vrouw zou ondermijnen. Deze wijst op het feit Trump Amerika weer “great” wil maken – net als toen vrouwen veel minder rechten, zoals het recht op abortus, hadden dan tegenwoordig. Trump zou volgens het blad in essentie verlangen naar een regressie met betrekking tot de positie van de vrouw.

Het voorval is een goede weergave van het huidige karakter van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Politieke debatten maken plaats voor persoonlijke aanvallen. De media werken dit in de hand door ervoor te kiezen om te berichten over ‘het nieuwste schandaal’, en minder in te gaan op de plannen en ideologieën van Trump en Clinton. In plaats van hun lezers zoveel mogelijk informatie te geven over de plannen van de kandidaten voor de toekomst van Amerika, voeden zij hen voornamelijk de laatste ‘smeuïge roddels’ omtrent de twee.

Amerikanen weten inmiddels niet anders dan dat zij moeten ‘kiezen tussen twee kwaden’, met name doordat de focus in het nieuws ligt op de schandalen van zowel Trump als Clinton. Het is als een pingpongwedstrijd, waarbij de Amerikaanse bevolking achterblijft met de vraag: staat een gewonnen partij wel echt gelijk aan een winnaar?