De media vist naar publiek met het trefwoord ‘terrorisme’ als aas. Zo plaatste nu.nl laatst een artikel genaamd ‘Neersteken agenten Brussel mogelijk terrorisme’. Waarom dit voorval precies in verband wordt gebracht met terrorisme wordt verder niet uitgelegd. Wat daarentegen wel duidelijk is: de angst voor terrorisme is toegenomen. Volkomen begrijpelijk met nieuwskoppen zoals deze.

Het moge duidelijk zijn dat angst niet rationeel hoeft te zijn, zoals bijvoorbeeld de angst voor een onschuldig spinnetje. Dat we bang zijn voor spinnen valt biologisch te verklaren, maar de angst voor terrorisme is daarentegen gerelateerd aan de hoeveelheid waargenomen mediaberichten waarin het fenomeen voorkomt.

Mediaberichtgeving over terrorisme zorgt niet alleen voor een verhoging van de angst ervoor, het stimuleert soortgelijk gedrag ook nog eens. Daarnaast is het zo dat de terroristische aanvallen waar zelfmoord bij komt kijken meer media-aandacht ontvangen dan vergelijkbare voorvallen waarbij de dader zelf niet meegaat in het graf. Door de grotere media-impact is een aannemelijke verklaring gevonden voor de exponentiële groei van zelfmoordaanslagen.

Media-aandacht is namelijk ook essentieel voor de manier waarop de terroristen van nu nieuwe leden rekruten. Het stelt ze in staat om juist hen te bereiken die de meer gesloten terroristische organisaties zoals Al Qaida nooit wisten te bereiken. Het magazine WIRED noemt het netwerk van IS hierdoor een “open source operating system for the desperate and deluded”. IS wordt zelfs bestempeld als een merk.

Wat journalisten dus in feite aan het doen zijn, is reclame maken voor een merk – een merk waar we notabene bang voor zijn. Ze betalen er geen geld voor, maar de media-aandacht waaraan ze blootgesteld worden draagt wel bij aan het nastreven van hun kerntaken. Journalisten lijken hiermee geconfronteerd te worden met een dilemma: media-aandacht geven aan terrorisme, datgene wat sensatie verschaft en daarmee publiek aantrekt, is ook datgene wat de hoeveelheid terroristische aanslagen verhoogt. Datgene wat angstig maakt, maakt de dreiging ervan reëler. Zoiets als het verbieden van berichtgeving over terrorisme lijkt hierdoor niet eens zo’n heel gek idee.

Wel is er in zo’n geval sprake van een onwenselijke beperking in de persvrijheid. Daarbij nemen kranten af in populariteit; het ontnemen van het recht om dergelijk sensationeel nieuws te publiceren zou ze nog meer de kop indrukken. Wel zijn er genoeg alternatieven voor de terreurtunnelvisie, zo toont onderzoek aan dat de jeugd bijvoorbeeld geïnteresseerder is in berichtgeving over films dan over misdaad & moord. Het wordt eens tijd dat het afgelopen is met al die berichten over terrorisme.