De dodelijke vechtpartij op de Wallen in Amsterdam heeft veel mensen gechoqueerd. Wat daarbij opvalt is dat de daders hun etniciteit in de media benadrukt wordt. Waarom doen de media dat? En wat zijn de effecten daarvan op de samenleving?      

Op zaterdagavond 3 september vond er een vechtpartij plaats op de Wallen in Amsterdam. De ruzie begon tussen twee groepen en op een gegeven moment kwam er iemand tussen om de boel – zoals het eerst leek- te sussen. Maar tevergeefs. De bemiddelaar, Robert Gerritsen, kreeg een harde klap en belandde met zijn hoofd tegen een stoeprand waardoor hij in een coma raakte. In het ziekenhuis overleed de 32-jarige man uit Voorthuizen aan zijn verwondingen. De daders werden een maand later opgepakt in Brussel en zij zijn uitgeleverd aan Nederland.

Opvallend daarbij is het feit dat de media veel aandacht besteden aan de etniciteit van de daders. In de maand dat de politie nog opzoek was naar de daders werd er in de eerste instantie vooral naar hen gerefereerd als ‘Oost-Europeanen’. Toen de daders opgepakt waren in Brussel  en hun werkelijke etniciteit bekend was, veranderde de toon van de media. Er werd alleen maar gesproken over het feit dat er Roemenen aangehouden zijn. Maar waarom vinden de media het dan zo relevant om de etniciteit van de daders erbij te vermelden? Is het om meer aandacht van de lezers en kijkers te trekken? Of om bepaalde reacties uit te lokken die- bedoeld of onbedoeld- kunnen leiden tot discussies rondom etniciteit?

Door het vermelden van de Roemeense etniciteit van de daders zijn er onder meer negatieve reacties op online artikelen verschenen die betrekking hebben op Roemenen. Volgens journalisten is de etniciteit van iemand juist een opvallend kenmerk. Het is dus ‘logisch’, volgens hen, om dat te benoemen. Een nadelig gevolg daarvan is dat de lezers of kijkers verkeerde verbanden kunnen leggen. Door in een kop te vermelden: ‘Drie Roemenen opgepakt’, lijkt het alsof de Roemeense etniciteit verband zou kunnen hebben met het plegen van een delict. Daarnaast zorgen de media, volgens de Volkskrant, op die manier voor de instandhouding of het aanwakkeren van ‘racistische onderbuikgevoelens’.

Vooralsnog moeten de media dus niet vergeten dat zij een spiegelbeeld vormen van de samenleving. Vaak is dat wat de media zeggen namelijk hetgeen wat mensen als de waarheid beschouwen. Door het herhaaldelijk vermelden van de etniciteit van de daders, die de oorzaak zijn van de dood op Robert Gerritsen, hebben zij – met of zonder intentie- gezorgd voor een etniciteitskwestie. Waarbij –  in dit geval – Roemenen in een slecht daglicht worden geplaatst. In dat opzicht mogen die desbetreffende journalisten nogmaals de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek doornemen.