‘’Dear Prime Minister (..)’’, zo begon komediant, acteur en schrijver Steven Fry zijn open brief aan de Britse premier Cameron. Hierin riep hij op de Winterspelen van 2014 die in Sotsji werden  gehouden te boycotten. Daarbij trok hij een vergelijking tussen de situatie in Rusland en die in het Duitsland tijdens de machtsgreep van Hitler.

Hij deed dit naar aanleiding van de omstreden wet die de Doema, het Russische Lagerhuis, aannam met goedkeuring van president Vladimir Poetin. De wet verbiedt het verspreiden van ‘propaganda over niet-traditionele seksuele relaties’ en legt forse boetes op voor het organiseren van een Gay Pride. De wet zou bedoeld zijn om kinderen te beschermen. De oproep van Fry was het startsein van een reeks kleurrijke protesten.

Zo schitterde de Russische president op posters met roze wangen en lippenstift, werden  regenboogvlaggen halfstok gehangen en gingen demonstranten in negentien wereldsteden de straat op. In Amsterdam protesteerden activisten tijdens een staatsbezoek van de president aan Nederland. Televisie en kranten deden volop verslag van de misstanden in Moskou.

Nieuwsuur besteedde in een item ‘Hoe gay is Rusland?’ aandacht aan de herkomst van de nieuwe Russische wet. Volgens Nieuwsuur is deze het gevolg van de innige band tussen het Kremlin en de orthodoxe kerk van de afgelopen jaren. Daardoor spelen de christelijke traditionele waarden een steeds grotere rol in het dagelijks leven. Poetin speelt –populistisch als hij is- in op de wensen van een groot deel van de bevolking.

De berichtgeving rondom de nieuwe wet bereikte een hoogtepunt, toen bleek  dat in tegenstelling tot de aanname van het IOC (Internationaal Olympisch Comité) de ‘anti-homowet’ ook tijdens de spelen van kracht zou zijn. NOS.nl citeerde de Russische minister van Sport: ‘’Atleten met een niet – traditionele geaardheid zullen geen strobreed in de weg worden gelegd in Sotsji. Maar wie de straat op gaat om die geaardheid te propageren, zal zich moeten verantwoorden.’’  De verontwaardiging onder politici, sporters en mensenrechtenorganisaties was groot.

Onder het mom van ‘als je contact hebt, kun je een dialoog voeren, anders sta je met schone maar lege handen’, besloot Rutte toch met een grote delegatie af te reizen naar Sotsji. ‘’Dat mag wel een onsje minder’’, meende VVD-coryfee Neelie Kroes in de Volkskrant. Het was dan ook niet verwonderlijk dat er hier en daar vraagtekens werden gezet bij de beelden van het koningspaar, dat vrolijk het glas hief met de ‘tsaar’ en zwarte bandjudoka Vladimir Poetin. Onze altijd positieve Rutte negeerde de negatieve geluiden. ‘’Rutte: biertje van koning met Poetin was prima’’, kopte de Volkskrant.

Zelf sprak Rutte in een ‘’goed gesprek’’ met Poetin over het belang van de mensenrechten. “Onze relatie is zo goed dat we ook moeilijke onderwerpen kunnen bespreken.” Het is inmiddels twee jaar verder en de ‘goede’ relatie tussen Nederland en Rusland is op zijn zachts gezegd bekoeld. Met het aanbreken van de zomer verdween de aandacht voor de situatie van homoseksuelen, lesbiennes en transgenders in Rusland als sneeuw voor de zon.

De strenge wetgeving is nog steeds van kracht en het geweld tegen deze onderdrukte  gemeenschap is niet afgenomen. De actualiteit heeft de belangstelling voor deze groep ingehaald. Wél heeft het IOC besloten een discriminatieverbod af te kondigen op seksuele geaardheid voor de stad die de Spelen organiseert.

Heeft de internationale pers zich werkelijk bekommerd om het lot van de homoseksuelen in Rusland? Of was de tolerantie eerder het gevolg van opportunisme? Want nu het Olympisch circus het land heeft verlaten, de sporters veilig terug zijn naar het eigen land is ook de aandacht voor deze onderdrukte minderheid in Moskou verdwenen.