Vorig jaar waren ze ineens wereldnieuws: de jezidi’s. De religieuze minderheid stond een tijd lang symbool voor de gruwelen van IS. ‘Jezidi’ werd door deze bekendheid zelfs een woord in de Nederlandse taal; in 2015 opgenomen in de Dikke van Dale. Nu wordt er nog maar sporadisch over ze bericht. Waar zijn ze gebleven en hoe gaat het met ze?

Jezidi’s kwamen in het nieuws toen in augustus 2014 IS de stad Sinjar en omliggende dorpen veroverde in het noorden van Irak. Sinjar is de woonplaats van de jezidi’s, een van de oudste geloofsgemeenschappen van het Midden Oosten. IS beschouwt jezidi’s als duivelaanbidders, een groep die zich moet bekeren tot de Islam. Doen ze dit niet, dan worden ze gedood. 170.000 mensen, veelal jezidi’s, sloegen op de vlucht voor het geweld. Zo’n 40.000 mensen vluchtten de verkeerde kant op, richting de bergen. Zij kwamen vast te zitten in het Sinjar-gebergte, met amper water en voedsel . De jezidi’s konden geen kant op. Niet naar beneden waar IS de dienst uitmaakt, want daar dreigt een afslachting. In het gebergte blijven betekent omkomen van de honger en dorst.

De internationale gemeenschap bood uitkomst. Met voedseldroppingen werden de omsingelde jezidi’s in leven gehouden. De Amerikanen begonnen met het bombarderen van IS. Samen met de Koerdische Peshmerga werden de jezidi’s bevrijd. Pas eind december 2014 kwamen de laatste jezidi’s de berg af.

Kindsoldaten

Dan wordt het stil rond de jezidi’s. Geen beelden meer van wachtende jezidi’s op een kale berg. Het gevaar van genocide is afgewend. Het tegendeel is waar. Jezidi’s zijn nog steeds niet veilig voor het geweld van Islamitische Staat.

In een VN-rapport van juli 2015 wordt een grimmig beeld geschetst van de huidige situatie van de jezidi’s. 3.000 tot 3.500 mannen, vrouwen en kinderen zijn nog in de handen van IS-strijders. Ze worden dagelijks onderworpen aan fysiek, psychisch en seksueel geweld. Vrouwen en meisjes worden verkracht, verkocht en gedwongen te trouwen met IS-strijders, zodat ze ‘legaal’ seks met ze kunnen hebben. Mannen en jongens worden gescheiden van hun families. Jongens, vaak niet ouder dan 15 jaar, worden als kindsoldaten ingezet in het leger van IS. Iedereen moet zich bekeren tot de Islam. Mannen die dit niet doen, worden gedood.

Ontheemd

Voor degenen die wel uit handen kunnen blijven van IS, is het leven ook niet makkelijk. Zij die naar zogenaamde veilige gebieden in Irak zijn gevlucht, rapporteren over een gebrek aan basisvoorzieningen, zoals voedsel en sanitair. Sommigen zeggen dat ze als dwangarbeider zijn gebruikt. Ook hier worden jezidi’s gedwongen zich te bekeren en is er sprake van fysiek en seksueel geweld, waaronder seksslavernij en vrouwenhandel.

Van de ontheemde jezidi’s zijn er 30.000 terechtgekomen in Turkije. Hier moeten ze meer dan vijf jaar wachten om een status als vluchteling te krijgen. Tot die tijd hebben ze geen recht op bescherming, onderdak en voedsel, zoals overeengekomen in internationale verdragen. Het wordt deze minderheid heel moeilijk gemaakt om in Turkije een nieuw bestaan op te bouwen. De kleine jezidische minderheid in Armenië wil graag ontheemde geloofsgenoten opnemen, maar omdat veel jezidi’s geen paspoort hebben, is dit niet mogelijk.

Offensief

De meeste gevluchte jezidi’s zitten in vluchtelingenkampen in het noorden van Irak, in semiautonoom Koerdisch gebied. Al meer dan een jaar wachten ze totdat het veilig genoeg is om terug te keren naar Sinjar, het historische en spirituele centrum van hun geloof. Samen met de Koerden zijn de jezidi’s deze week een offensief begonnen om Sinjar te bevrijden. De laatste berichten zijn dat de stad heroverd is op IS. Dat is goed nieuws voor de jezidi’s, want het liefst willen ze gewoon naar huis.