‘Nieuws is nieuws wanneer de journalist vindt dat het nieuws is’, luidt een adagium dat vaak gebruikt wordt. Hoe bepalen journalisten wat nieuws is, en hoe rechtvaardigen zij dat? Deze week: Joeri Stubenitsky, redacteur van Met het Oog op Morgen (NOS), voor het blok.

Voor wie maak je Met het Oog op Morgen?

“Eigenlijk voor iedereen die nog wakker is, iets wil meekrijgen van het nieuws en wil weten wat het nieuws van morgen gaat worden. We proberen altijd een verfrissende insteek te hebben, je hebt tenslotte al de hele dag nieuws gehoord. In Het Oog proberen we dan net een andere invalshoek te kiezen of een gast uit te nodigen die nog nergens anders is geweest, om op die manier te verrassen.”

In de dagelijkse rubriek ‘De krant van morgen’ nemen jullie door wat er de volgende ochtend in de kranten staat. Hoe kom je die informatie?

“’s Avonds krijgen we van de kranten meestal een aantal artikelen toegestuurd. Wat de redacties opsturen loopt erg uiteen: sommigen sturen drie artikelen, anderen acht. Soms sturen ze ook letterlijk ANP-berichtjes op, dat is voor ons natuurlijk niet interessant. Daarnaast kun je bij de Volkskrant vanaf tien uur − tegen betaling − al tien verhalen van de krant van de volgende dag bekijken. De Telegraaf heeft iets soortgelijks voor haar abonnees.”

Krijg je dan ook scoops van de redacties?

“Je hoopt natuurlijk wel dat een krant écht nieuws opstuurt en een kleine primeur wil weggeven. Soms gebeurt dat, maar vaak doen ze dat niet. Dan houden ze die primeur voor zichzelf met de gedachte: ‘Als Met het Oog op Morgen wordt uitgezonden is het kwart over elf. Wanneer andere, niet gedrukte kranten dan naar Radio 1 luisteren, zouden die de scoop ook nog snel mee kunnen nemen.’ Echt groot nieuws houden ze vaak tegen de borst.”

Hoe selecteer je vervolgens uit al die berichten jouw rubriek?

“Meestal staan er wel twee of drie nieuwtjes tussen waar ik wat uit kies. Vervolgens selecteer ik voor het overzicht − twee à drie minuten − allerlei verschillende onderwerpen die zoveel mogelijk met het nieuws te maken hebben. Daarbij hangt het erg af van wat ik van redacties heb gekregen en of het verfrissend is. Tot slot is het vaak leuk om met iets grappigs te eindigen.”

Weet je van tevoren waar een redactie het artikel in de krant gaat plaatsen?

“Dat verschilt. Soms wordt er wel een rubriek genoemd, zoals bij De Verdieping van Trouw, maar vaak weet je het niet en is het gokken waar iets in de krant terecht zal komen. Dat komt doordat we meestal alleen de platte tekst krijgen, zonder opmaak. Die artikelen moeten soms ook nog worden nagekeken door een eindredacteur. Er staat dan nog wel eens een foutje in en heel soms bel ik die door. Bijvoorbeeld: ‘er staat nog een loeier van een dt-fout in de kop!’, dan zijn ze wel blij dat je nog even belt.”

Proberen jullie uit alle media ongeveer evenveel nieuws op te nemen in de rubriek?

“Hoe gevarieerder, hoe beter vind ik. Als een krant veel leuke inhoudelijke stukjes heeft probeer ik die in te korten en samen te voegen tot één bericht. Vervolgens kun je dan door met de andere kranten. Redacties vergeten nog wel eens om iets op te sturen, die zijn natuurlijk druk met het maken van de krant van morgen. Daarop bel ik die redacties meestal wel even om te vragen naar hun artikelen. Zo hoop ik er echt een gevarieerd stukje radio van te maken.”

De afgelopen tijd namen jullie geen berichten op uit de Metro. Waarom?

“Vroeger stuurden ze vaak al halve kranten naar ons op, maar van Metro krijgen we de laatste tijd niets meer. Wellicht zijn ze het een keer vergeten en komt het er nu niet meer van. Aanstaande vrijdag ga ik weer eens rondbellen naar kranten die we een tijdje niet hebben meegenomen in het overzicht. Metro bel ik dan natuurlijk niet, want die komt op zaterdag niet uit. Maar de volgende keer denk ik wel dat ik ze weer eens bel, dat komt de variatie ten goede.”