‘Nieuws is nieuws wanneer de journalist vindt dat het nieuws is’, luidt een adagium. Hoe bepalen journalisten wat nieuws is, en hoe rechtvaardigen zij dat? Deze week zet ik Anne Kruijsen, verslaggever van RTV Noord-Holland, voor het blok.

Je werkt bij RTV Noord-Holland voor zowel tv, radio en internet. Hoe bepaal je welk item geschikt is voor welk kanaal?

“Het belangrijkste is om voor jezelf te bepalen wat je met het item wil vertellen. Als er bijvoorbeeld een brand uitbreekt, dan zenden we dat niet altijd direct live uit in onze tv-uitzending. Er is immers iedere week wel ergens een brand in de regio. We kiezen er dan voor om zo’n item op de site te plaatsen, zodat mensen alsnog livebeelden kunnen bekijken. Ook zal er in de radio-uitzending live worden overgeschakeld naar onze verslaggever, zodat hij of zij kort uitleg kan geven over de situatie op dat moment. Zo’n item wordt dan pas in onze tv-uitzending van 17.00 uur kort behandeld.
De keuze voor een onderwerp op een van onze kanalen wordt altijd bewust gemaakt. Dus bij ieder item kunnen we precies uitleggen waarom we het op een bepaalde manier hebben vormgegeven. Bij ons op de redactie zorgt het maken van die keuzes nog regelmatig voor discussie.”

In hoeverre kijken jullie naar keuzes die andere Nederlandse media maken?

“Er zijn regelmatig discussies over ethische kwesties. Bijvoorbeeld of een naam of foto van iemand wel of niet bij een bericht geplaatst moet worden. We kijken bij deze vraagstukken niet naar wat andere media doen. We hebben een eigen redactiestatuut en onze eigen richtlijnen. En dat is ook goed terug te zien in hoe wij onze uitzendingen vormgeven. We proberen hier niet de redactie van de NOS na te doen, maar bepalen zelf hoe wij onze berichten naar buiten brengen.”

Wat is jullie kracht als regionaal medium?

“We richten ons als medium op een heel specifiek gebied waarover we berichten. Hierdoor zijn we sterk in het brengen van lokaal nieuws en het maken van persoonlijke verhalen. Daarbij is onze berichtgeving verdeeld over meerdere kanalen, waardoor ieder item zo goed mogelijk kan worden vormgegeven. Een ander sterk punt is dat we dicht bij ons publiek staan. Op Facebook kunnen mensen reageren op onze uitzendingen. We proberen op iedere reactie in te gaan en daarbij chatten we met mensen die daar behoefte aan hebben. Ik zag laatst op de Facebookpagina dat onze respons op de berichten 100 procent is. Ik denk dat de mensen dat erg kunnen waarderen.”

Over welk item hebben jullie de afgelopen week veel reacties gehad?

“Een onderwerp waar veel respons op komt, is de dood van Dascha Graafsma. We merken aan de reacties op Facebook dat er veel discussie is over de manier waarop zij om het leven is gekomen. Ook zijn er veel mensen die via onze pagina medeleven betuigen. Vanaf het moment dat het nieuws over Graafsma bekend werd, hebben we aandacht geschonken aan dit onderwerp. Deze week hebben we nog een item gemaakt waarin we de ouders van het meisje hebben geïnterviewd. De ochtend na de publicatie was het interview al ruim 26 duizend keer bekeken op onze site. Het is een onderwerp waarvan we merken dat het bij de mensen leeft.”

Welke ontwikkelingen maken jullie door op de redactie?

“Er worden steeds minder cameramensen ingezet voor het maken van de items. De redactie streeft ernaar dat verslaggevers als zelfstandige camjo op pad kunnen. Ook moeten we zelf de items monteren. Natuurlijk kan een cameraman een beter shot maken dan een verslaggever, maar doordat we een goede opleiding hebben gehad, zijn onze beelden goed uitzendbaar. Een andere ontwikkeling zal begin volgend jaar worden doorgevoerd op de redactie. Iedere verslaggever krijgt dan een eigen regio waarin hij of zij te werk gaat. Op die manier hopen we de kwaliteit van het lokale nieuws nog beter te maken. Ook is het hebben van een eigen regio logistiek praktischer. Je hoeft niet meer van Amsterdam naar Den Helder en weer andersom voor het maken van een item.”