‘Nieuws is nieuws wanneer de journalist vindt dat het nieuws is’, luidt een adagium dat vaak gebruikt wordt. Hoe bepalen journalisten wat nieuws is, en hoe rechtvaardigen zij dat? Deze week: Joshua Livestro – oud-hoofdredacteur, eigenaar en oprichter van De Dagelijkse Standaard (DDS).

 Welke doelgroep had je bij de oprichting van DDS voor ogen?

“Ik had dezelfde ambitie als waarmee ik later Jalta.nl ben begonnen; ik wilde een opinieplatform oprichten, dat het rechterdeel van de markt moest bestrijken. Ik had een aantal mensen bij elkaar gebracht, die fatsoenlijk konden schrijven en mee wilden werken. Destijds dacht ik dat er een gat in de markt was, omdat Elsevier het een beetje had laten lopen aan het eind van het vorige decennium. Elsevier heeft inmiddels veel markt verloren. Ik constateerde dat dit proces toen al was ingezet en dacht: laten we daar eens op inspringen.”

Heb je toen bewust gekozen voor schrijvers die, over het algemeen, dezelfde politieke opvattingen deelden?

Mijn inschatting was dat, als ik een bepaald publiek aan me wilde binden, ik een herkenbaar geluid en herkenbare schrijvers moest werven. Daar zaten overigens nog genoeg tegendraadse figuren bij, mensen met opvattingen die weer van de stroom afweken. Dat vond ik prima, want debat is altijd goed, maar de optelsom moest wel herkenbaar blijven.”

DDS heeft al meerdere malen artikelen geplaatst over onderwerpen die later broodje-aapverhalen bleken te zijn; voorbeelden zijn de artikelen over de Zwarte Stip Campagne en het recentelijk uitgekomen artikel over plastic rijst. Waar is dit aan te wijten? Worden de feiten niet goed genoeg nagetrokken?

“Men probeert zeker de feiten te checken, maar het heeft grotendeels te maken met het publicatietempo. Er is sprake van een dagelijks ritme, waarbij er in straf tempo artikelen moeten worden uitgestampt; dan glipt er wel eens wat tussendoor. Dat gebeurt niet alleen bij ons, het is een fenomeen dat online wereldwijd waarneembaar is. Dan moet je een afweging maken, wel of niet publiceren, en dan kan het zijn dat er af en toe iets fout gaat. Je rectificeert waar mogelijk. Er zijn altijd lezers die op fouten wijzen; dat blijft uiteindelijk je beste vorm van fact-checking. De afspraak is dat er achteraf gecorrigeerd wordt als iets niet blijkt te kloppen: dat is de algemene gedragscode op het web. Artikelen worden overigens nooit verwijderd, dat wordt als niet chic gezien.”

DDS wordt veelal getypeerd als rechts-conservatief. Er worden soms controversiële artikelen gepubliceerd, zoals ‘Het ongelijk van de racisme gillers’ door Joost Niemöller, dat in februari 2013 verscheen. Nam de redactie, toen jij hoofdredacteur was, maatregelen om ervoor te zorgen dat het nieuws niet te gekleurd was?

“Er moet sowieso een onderscheid worden gemaakt tussen wat DDS nu is en wat het toen was. We hebben op een zeker moment bewust gedepolitiseerd. Dat gebeurde in het begin van dit jaar; de huidige hoofdredacteur Michael van der Galien heeft hiervoor gekozen, in overleg met mij. Het was een ontwikkeling waar we al een tijd op zaten te kauwen. Dit artikel van Joost dateert uit de periode daarvoor. In de algemene zin is het probleem met publiceren, wanneer je hoofdredacteur bent van een site als deze, dat er een principebesluit genomen moet worden. Ik maakte mensen verantwoordelijk voor hun eigen publicaties, omdat eindredactie niet of nauwelijks mogelijk was door het hoge tempo waarin wij publiceerden. Er werden wel eens stukken gepubliceerd waar ik het zelf niet mee eens was, maar columnisten moeten een persoonlijke vrijheid hebben zich te kunnen uiten.”

Zou je zeggen dat er, in de tijd dat jij hoofdredacteur was voor DDS, aan framing werd gedaan?

“Er was geen zwaar redactieproces, waarbij we de hele dag met elkaar zaten te overleggen. Dat was ook lastig, want we hebben geen kantoor – nooit gehad ook. Maar wordt er op een bepaalde manier gefilterd, worden zekere nieuwsitems benadrukt, wordt er naar bepaalde soorten commentaar gezocht? Ja, natuurlijk, dat was ook deel van de bedoeling. Framing vond plaats op het niveau van redactionele samenstelling en algemene insteek. Ik selecteerde op auteurs en redacteuren die in de brede zin een herkenbaar DDS-geluid konden produceren. Met de inhoud bemoeide ik me vervolgens niet al te veel.”