Sinds de nacht van vrijdag op zaterdag 14 november staat de hele wereld op zijn kop. Parijs was het doelwit van terroristische aanslagen, een dag later blijkt Nederland officieel in oorlog.

Premier Rutte gaf zaterdag een toespraak : “Nu zo kort na het drama, overheersen er gevoelens van afschuw en kwaadheid”, aldus de premier. Hij verzekert ons van zichtbare en onzichtbare maatregelen om de veiligheid in Nederland te bewaren en sluit af met het volgende: “Samen zijn we sterk en weerbaar”. Vervolgens kwam er een vraag uit de zaal: of Nederland net zoals Frankrijk IS de oorlog verklaart. Rutte antwoordde met: “We hebben te maken met een gewapend conflict in Syrië en Irak, IS is onze vijand, daarmee zijn wij in oorlog, niet met de islam, niet met het geloof. Zo zit het.”

Na deze toespraak ontstond er ophef over de woordkeuze van premier Rutte en zijn Franse collega. Kun je het woord ‘oorlog’ wel gebruiken? De dagen erna verschenen er in kranten koppen hierover: ‘het o-woord’ (Trouw), ‘oorlogstaal wakkert angsten aan’(Parool), maar ook koppen die zo hun vraagtekens zetten bij het woord. ‘Wat betekent het dat “we” in “oorlog” zijn?’ (NRC), ‘Zijn we nu wel of niet in oorlog met IS’ (AD) en ‘Helpt het wel om te roepen dat het oorlog is?’(Parool). Allen bleken geboeid door de frappante woordkeuze.

Waarom is die woordkeuze dan zo indrukwekkend? In eerste instantie lijkt het een gewoon woord en bovendien niet zo geschikt om te dienen als ‘woord van de week’. Het is geen combinatie of voor- of achtervoegsel: het is een woord wat al er lang voortkomt, al sinds 1240 in de vorm van ‘orloge’[1]. Een combinatie van  ‘oor’, wat noodlot betekent, en ‘leggen’: eed. Voeg deze twee samen en je krijgt ‘opheffing der rechtsgeldige verbindingen’.

Toch is het woord veel meer dan de definitie en etymologie. ‘Oorlog’ wordt in het westen vaak in verband gebracht met de gruweldaden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog.  In Nederland wordt gepraat over ‘voor de Oorlog’ en ‘na de Oorlog’, waarbij het altijd om de tijd voor of na de Tweede Wereldoorlog gaat. Deze oorlog is de meest recente oorlog die erg veel invloed had op Nederland en bij veel mensen nog erg leeft. ‘Oorlog’ is dus een woord wat bij veel mensen herinneringen opwekt over de Tweede Wereldoorlog.

Hollande en Rutte hadden het ook over ‘een strijd’ kunnen hebben, maar kozen specifiek voor ‘oorlog’. Rutte sprak in het begin van zijn toespraak over haat en afschuw. Deze gevoelens weerspiegelen in de woordkeuze van Hollande en Rutte. Het woord ‘oorlog’ valt onder dezelfde noemer als ‘haat’.  Het wenst de terreurgroep IS en niet het geloof en niet de islam, al die haatgevoelens toe.

[1] Uit Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, M. Philippa e.a. (2003-2009)