Veel kwetsbare ouderen worden overbehandeld. We willen opa niet met een kapotte heup verder laten strompelen, maar na een complicatievolle operatie helemaal geen heup meer overhouden is ook niet bepaald ideaal. Wat als dit soort gevallen voorkomen kunnen worden door ouderen simpelweg minder kwetsbaar te laten worden? Biotechondernemer, healthcare-trendwatcher en professor oncologie Koen Kas introduceert in Nooit meer ziek een geneeskunde die ons niet enkel geneest, maar ons altijd gezond houdt.

Het klinkt als science fiction, maar Kas ziet kansen. Hij onderbouwt zijn standpunt: ‘Van de 100 euro die we vandaag uitgeven aan gezondheidszorg besteden we niet één euro aan ziektepreventie, maar gaat er gemiddeld 90 euro naar onze laatste twee levensjaren. Volkomen belachelijk’, aldus Kas. Hij pleit voor een ommekeer van deze verhoudingen: ‘Laten we die 90 euro gebruiken om de mensen gezond te houden. Voorkomen is beter dan genezen.’

Kas komt met een aantal voorbeelden en oplossingen om ‘zijn’ gezondheidszorg voor elkaar te krijgen. Door sensoren, biologische codes en het internet te combineren komen we tot een volledig andere functie van de gezondheidszorg: deze wordt preventief in plaats van curatief. Op basis van deze drie grote technologische doorbraken zouden we misschien wel nooit meer ziek hoeven te worden, meent Kas.

De concrete oplossing ligt letterlijk voor de hand: onze smartphone. Een makkelijke en bovendien leuke manier om bezig te zijn met je gezondheid. Kas: ‘We willen zelf graag voor dokter spelen. Dat kan nu door simpelweg een app te installeren. Zo maken we van gezondheid entertainment.’ Met de smartphone kan bijgehouden worden of iemand genoeg beweegt en normale hartslagwaarden heeft. Bovendien bestaan er een aantal opzetstukjes, waaronder een thermo- en glucosemeter.

Gezondheidsadvies van de televisie

Een smartphone blijft echter een extern apparaat, brengt ook Kas in, en is daarmee onderhevig aan een aantal nadelen: hij raakt kwijt, gaat kapot of wordt gestolen. Daarom kunnen we in de toekomst maar beter allemaal een biotatoeage laten plaatsen. Deze tatoeage zou onze zweetsamenstelling, temperatuur en hartslag constant bijhouden. Mocht een waarde te hoog of te laag uitvallen, dan krijgen we dit alsnog te horen. Kas: ‘Ouderen vergeten bijvoorbeeld vaak om genoeg te drinken. Zo’n tatoeage meet dat en stuurt via televisie op smartphone een bericht: “Ga nu drinken, oma!”’ Worden dokters hiermee overbodig? ‘Welnee. Dokters zullen nog steeds nodig zijn om de ernstige gevallen behandelen. Bovendien wordt de arts geholpen, doordat hij direct een overzicht heeft van de uitzonderlijke gevallen. En mocht je een keer op doktersbezoek zijn, dan kan de arts meteen alle data van het afgelopen jaar erbij halen.’

De toegang tot een database vol persoonlijke gegevens roept associaties op met de datahandel- en privacydiscussie. Datamisbruik door verzekeringsmaatschappijen ligt op de loer. ‘Dat is een zorg die ik vaker hoor. De digitalisering van de zorg is echter niet de enige verandering die plaatsvindt. In plaats van dat verzekeringsmaatschappijen klanten om hun slechte gezondheid weigeren, gaan we uitkomen op een systeem waarin mensen die extreem gezond leven “beloond” zullen worden. Op die manier is er winst voor beide partijen.’ Het blijft een dubieuze situatie waar nog weinig concreets over te zeggen valt. Desondanks levert Kas een interessant kijkje in de toekomst. Een toekomst waarin onze persoonlijke biologische code een cruciale rol gaat spelen en waarin onzichtbare sensoren, social media en games zullen samenwerken om ons gezond te houden. Maar het blijft een ver-van-je-bedshow. Want laten wij de technologie wel zo ver toe? Gaan alle ouderen binnenkort aan de smartphone en de biotatoeage? En spelen we dan allemaal een spelletje met onze gezondheid? Het valt te betwijfelen.