Op het terrein van de voormalige Suikerunie van Groningen, gelegen ver buiten het stadscentrum, wonen stadsnomaden. Middenin met gras overwoekerde velden staan hun versleten caravans in een rommelig kringetje. Ze hebben geen toilet, stromend water of elektriciteit. Ver van het centrum, maar nauwlettend in de gaten gehouden door Paula Mentink van de GGD.

Stadsnomaden zijn mensen die geen vaste woonplek hebben. Bij deze personen is er meestal sprake van psychiatrische en psychosociale problemen en/of verslavingsproblematiek. Volgens Paula Mentink, werkzaam bij de GGD in Groningen en tevens coördinator van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg Groningen (OGGZ), zijn de meningen over zorgverstrekking voor deze nomaden sterk verdeeld. “De grens is arbitrair. De één vindt dat zorginstellingen snel in actie moeten komen, de ander vindt dat de verantwoordelijkheid van zorg bij de stadsnomaden zelf ligt. Zij vinden dat deze vorm van zorg te veel op bemoeizucht gaat lijken.” Zelf vindt Paula dat ze niet echt zorg verleent aan de stadsnomaden, maar meer een vinger aan de pols houdt.

Vertrekken naar de Pyreneeën

Ze gaat met plezier langs de vijf mannelijke stadsnomaden en kent hun levensverhalen uit haar hoofd. “Drie mannen gebruiken behoorlijk veel drugs en zijn daardoor in de financiële problemen gekomen. Om deze reden zijn zij als stadsnomaden gaan leven.” Niet voor alle leden van de groep is dit bestaan de laatste uitweg. Zo legt Mentink uit: “Eén van de nomaden, een man van bijna 60, is gewoon niet het type om in een rijtjeshuis te wonen. Hij heeft het erover om zijn fiets te pakken, zijn paspoort te verscheuren en naar de Pyreneeën te vertrekken. Dat zie ik nog wel gebeuren ook. Dat is dan zijn keuze die ik moet accepteren. Daar heb ik weinig invloed op.”

Vaste prik

Paula gaat minimaal eens in de drie weken bij de nomaden langs.“Ik check de mentale en fysieke gezondheid, wijs ze op de rommel die ze maken en regel hun uitkering als ze daar recht op hebben. Verder geef ik ze tips. Ik heb bijvoorbeeld tegen de mannen gezegd dat ze een stichting kunnen vormen om water en licht krijgen. Ze zeggen steeds dat ze dit gaan oppakken, maar daar komt uiteindelijk niets van terecht. Ik vind dat dit hun eigen verantwoordelijkheid is.” Verder biedt Mentink de mannen ook een luisterend oor: “Je hoort de ontroerendste verhalen. Eén van de nomaden mist bijvoorbeeld zijn kinderen heel erg. Op zo’n moment zit hij met harde snikken, diepe halen en betraande ogen mij hulpeloos aan te kijken terwijl zijn hond, ‘Vrolijk’ genaamd, zijn handen likt.”

Bittere noodzaak?

Paula is van mening dat de nomaden zich aan bepaalde regels moeten houden. “Als je geen regels opstelt zijn er binnen de kortste keren grote groepen nomaden in de stad te vinden die voor onrust zorgen. Ik heb destijds de gemeente Amsterdam en Rotterdam gebeld voor advies en die zeiden tegen mij: zorg dat het klein blijft! Het is daarom ook zo belangrijk om een vinger aan de pols te houden. Ik zie het niet als bemoeizorg. Als je ze met rust laat heb je veel meer kans dat ze aan je aandacht ontglippen en voor een stad is het noodzakelijk dat je dat je weet waar mensen rond zwerven. Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken of het wel goed met ze gaat. Laatst was één van de mannen bijvoorbeeld heel stilletjes en keek somber uit z’n caravan. Toen heb ik toch even de GGZ instelling Lentis langs laten komen om te checken of hij misschien depressief was. Dat bleek gelukkig allemaal wel mee te vallen.”

Behoefte aan een echte man

Paula vindt het niet alleen noodzakelijk dat deze nomaden in de gaten gehouden worden, ze vindt het ook ontzettend leuk. “De mannen komen met de grappigste en leukste ideeën. Eén man wilde bijvoorbeeld allemaal appelboompjes planten en een boomgaard beginnen. Een andere nomade wilde een massagesalon starten waar ik als eerste klant kon fungeren. Ze hebben namelijk het idee dat ze veel te weinig aan hun trekken komen. Hij kijkt me dan stralend aan met één tand in z’n mond en zegt heel komisch: veel vrouwen hebben natuurlijk behoefte aan een echte man zoals ik, dus ik denk dat mijn salon wel gaat lopen.”

Gehecht raken

Paula denkt dat haar werk niet overbodig is. “Stiekem denk ik dat ze ook wel gehecht aan mij zijn geraakt. Deze mensen hebben net als ieder ander behoefte aan enige vorm van contact. Ik vond het maar niets dat deze mensen steeds weg werden gestuurd. Ze duiken dan toch wel weer ergens anders op. Nu ze deze gedoogplek hebben, kunnen wij als gemeente een oogje in het zeil houden. En ik denk dat ze daar nog wel even gelukkig blijven bivakkeren.”