Minister Edith Schippers van Volksgezondheid maakte op het eerste Depressiegala bekend extra onderzoeksbudget vrij te maken om depressies onder jongeren beter te begrijpen. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Zembla dat het gebruik van antidepressiva onder jongeren de afgelopen jaren sterk toenam. Is jong Nederland echt vaker depressief?

Uit de jaarlijkse gezondheidsenquête van het CBS bleek dat in 2013 14,1 procent van de jongeren in dat jaar last had van depressiviteit. Een stijging van ongeveer tien procent ten opzichte van 2010. Ook andere onderzoeken laten hoge getallen zien, bijvoorbeeld het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek onder scholieren. In 2014 bleek daaruit dat 16,5 procent van de Nederlandse 12-jarigen last heeft van emotionele problemen, waaronder depressies. Bij 16-jarigen was dat zelfs 21,6 procent.

Meer depressies?

Uit de cijfers lijkt te blijken dat de mentale gezondheid van jongeren in Nederland achteruit is gegaan. Maar kan uit deze cijfers ook worden afgeleid dat meer jongeren depressief zijn? Deniz Ince van het Nederlands Jeugdinstituut, een kennisorganisatie voor jeugd- en opvoedingsvraagstukken, meent van niet. ‘Het probleem met deze cijfers is dat uitgegaan wordt van de antwoorden van patiënten, in plaats van artsen’, aldus Ince. Mensen geven zelf aan of ze last hebben van depressieve klachten, of daar een specialist bij betrokken is geweest kunnen we niet uit de cijfers afleiden. Terwijl alleen van een ‘echte’ depressie gesproken kan worden als er een gecertificeerde psychiater of psycholoog daarover een uitspraak heeft gedaan. In vakjargon wordt dat een klinische depressie genoemd.

Het Nederlands Jeugdinstituut verzamelde de afgelopen jaren cijfers over klinische depressie bij jongeren en stelt dat recente landelijke cijfers ontbreken. ‘Het meest recente onderzoek komt uit 1997’, vertelt Ince. In dat onderzoek is gekeken naar diagnoses van klinische depressies onder jongeren. Ongeveer drie procent van de Nederlandse jongeren had daar toen last van. Een vergelijkbaar onderzoek is daarna niet meer uitgevoerd.

Jongeren niet stressbestendig

Over de toename van depressies in Nederland is Jan Derksen, professor psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heel stellig: de afgelopen twintig jaar is er nauwelijks sprake van een stijging. ‘Er is zelfs een kleine verbetering in psychische gezondheid te zien.’ Hij baseert zich op cijfers uit het Nemesisonderzoek van het Trimbos instituut, waarin alleen wordt gekeken naar officiële diagnoses. Het onderzoek is niet gedaan onder jongeren, maar volgens Derksen zijn er geen aanwijzingen dat die cijfers anders zouden zijn voor deze groep.

Wel ziet Derksen een stijging van de hulpvraag, meer jongeren trekken aan de bel met depressieve klachten. Verklaringen voor die stijging ziet de hoogleraar onder andere in de opvoeding. ‘Jongeren worden door ouders tegenwoordig uit de wind gehouden waardoor ze minder stressbestendig zijn. Als ze op zichzelf komen te staan, kunnen ze niet goed tegen tegenslagen en krijgen ze last van depressieklachten.’ Maar ook de prestatiecultuur speelt een rol. ‘Het is geen gemakkelijke tijd waarin jongeren leven, het leven is stressvoller geworden. Er is een sterke cultuur van presteren en dat levert ook verliezers op.’ En die verliezers stappen met hun ongelukkige gevoelens eerder naar de hulpverlener, omdat het taboe rond depressie is afgenomen. Dat komt volgens hem onder andere door een nieuw depressie-label waarbij jongeren zich prettiger bij voelen: de burn-out. ‘Daar schamen jongeren zich veel minder voor dan voor het label ‘depressie’, want een burn-out, daar kleeft iets van heroïek aan. Je hebt te hard je best gedaan en nu ben je ongelukkig.’ Zo’n label maakt het volgens Derksen makkelijker om zorg te vragen.

Toename depressiesymptomen

Maar tot een toename van échte depressies leiden al die maatschappelijke en opvoedkundige factoren niet volgens de hoogleraar. ‘Het zijn de depressiesymptomen die toenemen’, benadrukt hij, ‘en door de openheid stijgt de hulpvraag’. Milde depressies zouden wel kunnen toenemen, maar die vallen niet in de categorie klinische depressies. ‘Mensen beleven die depressies waarschijnlijk niet als mild, maar alleen een psychiater of psycholoog kan vaststellen wat er echt aan de hand is.’ Dat zou kunnen verklaren waarom de cijfers van het CBS en HBSC-onderzoek de laatste jaren hoger uitvallen.

Met die stijging van de hulpvraag is op zich niets mis volgens Derksen, het probleem ontstaat aan de hulpverleners kant: de Jeugd-GGZ is overbelast. In de uitzending van Zembla over antidepressiva wordt dat ook aangewezen als oorzaak van de gestegen consumptie van antidepressiva onder jongeren. Door de decentralisatie en verandering van wetten en regels zijn er wachtlijsten en is de werkdruk van hulpverleners gestegen. Dat zorgt ervoor dat ze sneller medicatie voorschrijven in plaats van tijdrovende therapieën.

Zorgelijk

Juist bij jongeren is dat gevaarlijk, stelt Derksen, want een depressie vaststellen bij jongeren is voor een psychiater niet makkelijk. Er moeten veel gesprekken worden gevoerd en die zijn met jongeren moeizamer dan met volwassenen. ‘Jongeren hebben vaak de neiging om dingen voor zichzelf te houden en geen openheid te geven. Vaak wordt pas na meerdere gesprekken duidelijk wat er nou echt speelt.’ Bovendien moet je rekening houden met hun levensfase: ‘In psychisch opzicht zijn ze al een beetje in crisis. Binnen die crisis moet je een overweging maken, dat vereist extra know-how.’

De toename van de consumptie van antidepressiva onder jongeren is dan ook zorgelijk, vindt Derksen, want alleen bij klinisch vastgestelde depressies met een biologisch component kunnen pillen effectief zijn. ‘Milde depressies of burn-outs hebben alleen een psychische oorzaak en daarvoor helpen pillen niet’. Depressies met een psychische oorzaak kunnen beter behandeld worden met therapieën.