De pilot forensische pleegzorg plaatst criminele jongeren in een pleeggezin in afwachting van hun proces, zodat ze niet in voorlopige hechtenis geplaatst moeten worden. Als één stem spreken verschillende spelers in het domein over een succes, maar hoe zit het met de toekomstplannen?

Het VN-Kinderrechtencomité tikte ons land in september 2014 op de vingers. Ook kinderrechtenorganisaties Defence for Children en Unicef waren boos. Deze laatsten lieten weten dat 79 procent van de kinderen die opgesloten zitten in een jeugdgevangenis nog veroordeeld moeten worden door de rechter, en hierdoor dus mogelijk ten onrechte vastzitten. Een van de oorzaken was de sluiting van het opvangcentrum Amsterbaken in augustus 2015, waar tot die tijd veel jongeren terecht konden in afwachting van een proces.

Pilot

Om die redenen startte jeugdorganisatie Spirit de pilot forensische jeugdzorg, in samenwerking met het ministerie van Justitie. Dit was een tijdelijk project waarbij criminele jongeren in afwachting van hun proces in pleeggezinnen geplaatst werden. Zo’n plaatsing gebeurt alleen onder strikte voorwaarden die bepaald worden door de jeugdrechter. “De jongeren moeten zeer gemotiveerd zijn om in een pleeggezin geplaatst te worden”, zegt Wendela van Beek, communicatiemedewerker van Spirit. “Anders heeft het project sowieso geen kans van slagen. Ook de Raad voor de Kinderbescherming en jeugdreclassering zijn betrokken bij het proces, zij testten of de jongeren voldoende gemotiveerd zijn. Jongeren die ernstige misdrijven hebben gepleegd, of ervan verdacht worden, komen sowieso niet in aanmerking voor plaatsing in een pleeggezin.

“Het opsluiten van beïnvloedbare probleemjongeren bij zwaardere criminelen kan leiden tot een traumatische ervaring”, zegt kinderrechtenadvocaat Floris Holthuis. “Ook worden talrijke kinderrechten op deze manier geschonden. De jongeren komen vaak uit probleemgezinnen, zijn psychisch labiel, zitten midden in hun pubertijd en hun hele wereld staat op instorten door de komende uitspraak van de rechter, niet de uitgelezen tijd om ze aan de negatieve invloeden van een gevangenisomgeving bloot te stellen.” In andere Europese landen is jeugddetentie pas mogelijk vanaf 15, in Nederland is dit al vanaf 12 jaar.

Succes, met ruimte voor verbetering

“De eerste resultaten kunnen we voorzichtig positief noemen”, zegt Van Beek. Tot nu toe hebben vier van de acht jongeren de plaatsing succesvol afgerond. In de andere gevallen werd de plaatsing vroegtijdig afgebroken omdat de jongens zich niet aan de regels konden houden, in een enkel geval werd de jongen opnieuw verdacht van een strafbaar feit.

Over dit resultaat is Holthuis zeker te spreken. “Aangezien het project nog in de kinderschoenen staat, kunnen we zeker zeggen dat vijftig procent succesgevallen een goede uitkomst is.” Hij legt uit dat er veel tijd en energie gaat zitten in de opleiding en begeleiding van een pleeggezin. Indien het tot een wetsvoorstel komt, wat hij hoopt, is daar zeker ruimte voor verbetering. Verder is er ook begeleiding voor het gezin van herkomst, dat voorbereid wordt op de terugkomst van de jongere. Vaak moet hij zelf ook psychische begeleiding krijgen en wordt de wijkagent op de hoogte gesteld. Er zijn namelijk strikte afspraken waar de jongeren zich aan moeten houden, zoals een avondklok, dus de pleegouders kunnen alle hulp gebruiken om te controleren of die ook daadwerkelijk nageleefd worden.

Ook de organisatie Spirit is blij met wat ze tot nu toe bereikt hebben. “Het lijkt erop dat het probleemgedrag stabiliseert. Ook nam de motivatie voor behandeling toe bij veel van de jongeren”, zegt Van Beek. De pilot zou een jaar lang lopen, maar is in september vorig jaar verlengd tot 1 januari 2016. Gezien de positieve resultaten wordt het verlengd voor 2017 met financiering vanuit de gemeente Amsterdam. Ook in West-Friesland zal het project starten en er is interesse vanuit diverse andere regio’s. Het ziet er dus naar uit dat de forensische pleegzorg vaste voet in de grond krijgt, maar of het al in de buurt van een wetsvoorstel komt, is nog maar de vraag.