Acht op de tien jeugdzorginstellingen vindt dat gemeenten jongeren niet op tijd naar hen doorsturen. Dat blijkt uit een enquête van onderzoeksbureau Regioplan onder 175 zorg- en begeleidingsorganisaties.

Sinds de decentralisatie van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg en moeten zij via hun wijkteams jongeren doorverwijzen naar de juiste zorginstellingen. Een grote meerderheid van de instellingen vindt dat de gemeenten hier steken laten vallen.

Brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland herkent dit beeld. “Door de nieuwe aanpak via wijkteams gaat er soms veel tijd overheen voordat jongeren bij de juiste instanties terechtkomen”, legt een woordvoerder van de organisatie uit. “In sommige teams ontbreekt daarnaast de expertise.”

De zorgen van de aanbieders komen overeen met de klachten van de cliënten zelf. Ook zij zijn niet tevreden over de toewijzing van hulp, blijkt uit de resultaten van de Monitor Transitie Jeugd, die meldingen van cliënten in kaart brengt. Er kwamen in het derde kwartaal van 2015 maar liefst 46 meldingen binnen over de lange tijd die het duurt voordat hulp wordt toegewezen.

“Er zijn gemeenten waar de huisarts jongeren niet direct naar de zorgaanbieders kan sturen, omdat alleen de wijkteams zo’n doorverwijzing kunnen doen,” aldus de woordvoerder van Jeugdzorg Nederland. “In feite wordt de wet dan geschonden: een huisarts moet wel kunnen doorverwijzen.”

De regionale verschillen zijn groot. “Lang niet in alle gemeenten zijn er problemen”, benadrukt de woordvoerder. “Sommige gemeenten waren er heel vroeg bij met het opzetten van die wijkteams en lopen dus voor op de rest. Er wordt alleen nog te weinig van elkaar geleerd.”