“Ze laten me vallen. Zo voelt het echt een beetje”, zegt Anna (23). Door bezuinigingen in de zorg heeft de GGZ steeds minder tijd en aandacht voor patiënten zoals zij. Lange wachtlijsten, minder behandeltijd en meer pillen zijn het resultaat.


Er zijn in totaal
1,3 miljoen mensen in Nederland in behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Anna is een van hen: ze heeft ruim anderhalf jaar last gehad van burn-out verschijnselen, angstaanvallen en depressie. Haar reis ging langs huisartsen, psychologen en psychiaters. Onderweg was het vooral wachten, testen maken, mailen, bellen en nog meer wachten.

Het was mei 2014 toen ze voor het eerst naar de huisarts ging. Na veel aandringen kwam er een doorverwijzing naar een psycholoog. “Na zo’n tien sessies kwam ik er met de psycholoog achter dat we niet verder kwamen. Ik had echt therapie nodig”, vertelt Anna. “Ik ging weer terug naar mijn huisarts en werd gelukkig vrij snel doorverwezen naar een psychiater van de GGZ. Na een paar dagen kreeg ik een brief thuis met de vraag of ik anderhalve maand later op kennismakingsgesprek wilde komen. Dat duurde natuurlijk veel te lang. Ik had op dat moment die hulp nodig.” Verontrust belt ze haar huisarts en ook die was verbaasd over de wachttijd. “Ze vond dat ik er zo slecht uitzag, dat ze me op de spoedlijst zette. Toen kon ik alsnog vrij snel terecht.”

 

“Ik was bang dat ze zouden zeggen dat er niets met me aan de hand was”

 

In het pakket zitten maximaal twintig sessies en daarna wordt gemeten hoe je mentale gesteldheid is. “Je zit gewoon achter een computer en dan moet je allemaal vragen beantwoorden, zoals: ‘hoe vaak is het afgelopen week gebeurd dat je niet over een vol plein durfde?’ Het is vergelijkbaar met die tests die je op het internet kan doen. Ik geloof er nooit zo in.” Toch zijn deze tests wel degelijk belangrijk. Op basis van de uitslag wordt bepaald of je in aanmerking komt voor vervolgsessies. “Ik was bang dat ze zouden zeggen dat er niets met me aan de hand was, terwijl ik me absoluut niet zo voelde. Ik wilde heel graag hulp.”

 

Schermafbeelding 2016-02-08 om 10.04.35

  Bron: Trimbos instituut

 

Sinds september 2015 kreeg Anna geen hulp meer en de weken gingen voorbij. Tot het goede nieuws kwam dat ze inderdaad vervolghulp kreeg. Het slechte nieuws was alleen dat dit niet de hulp was die ze gewend was en die ze in haar geval nodig had. Waar ze eerder een uur therapie kreeg, stond ze nu telkens na een kwartiertje bijpraten weer buiten. “Ik heb haar gemaild dat ik niet tevreden was en dat ik het niet begreep. Toen zei ze dat ze alleen maar over de medicijnen gaat en dat ze een psychiater in opleiding was. Dus ik kreeg alleen medicatiebegeleiding. Ik heb toen gezegd dat ik niet meer langskwam.” Anna komt na contact met de huisarts op een wachtlijst voor een afsluitend traject. “Dat leek me fijn. De laatste begeleiding, het afsluiten: precies wat ik nodig had.” Ze hoorde niets over haar plaats op de wachtlijst en maakte een eigen plan. In januari vertrekt ze naar Sevilla om daar Spaans te leren. “Ik kreeg een paar dagen geleden van een huisgenootje een foto van een brief via WhatsApp. Of ik begin maart op een afspraak kan komen. Dan heb ik dus vier maanden op de wachtlijst gestaan en eigenlijk vanaf september helemaal geen hulp gehad buiten medicatie om.”

“Ineens ben ik alleen over”


Depressie is de
meest voorkomende aandoening bij mensen tussen de 18 en 65 jaar. Zo’n 66 duizend vrouwen en 39 duizend mannen kampen ermee. Vooral veel jongeren hebben last van de lange wachttijden, schrijft Omroep Brabant. Het is moeilijk op het juiste moment de juiste hulp te vinden. Met Anna gaat het beter, maar ze ziet om zich heen de gevolgen van de veranderende zorg. “Maar ik ben nog niet eens een heel erg geval. Een vriendin van mij heeft het nog veel erger ervaren. Zij zit nu bij een particuliere psychiater.” Ze vertelt dat de behandelend arts van haar vriendin zich destijds zo verantwoordelijk voelde dat ze haar tijdelijk hulp in haar vrije tijd aanbood. “De gevolgen voor patiënten zijn enorm. Zo’n therapie moet je afmaken. Met mij gaat het nu wel goed, maar ik heb niet het gevoel dat het af is. Ik begrijp het gewoon niet: eerst zitten hulpverleners aan alle kanten aan me te trekken en dan moet ik het opeens alleen doen. Ineens ben ik alleen over.”

Anna heeft nog af en toe een depressieve episode, maar ze geniet inmiddels ook weer van het leven. “Dat is voor mij een teken dat het weer goed gaat.”

 

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Anna gefingeerd.