“Mantelzorg kan familieband verslechteren”, kopt NOS. “Familiebanden niet goed genoeg voor mantelzorg”, meldt NRC Handelsblad. Het zijn alarmerende berichten over de mantelzorg in Nederland waarin de vraag centraal staat of de overheid niet te hoge verwachtingen heeft van de participatiemaatschappij en de mantelzorg. Hierbij lijkt één groep structureel over het hoofd te worden gezien: jonge mantelzorgers.

 

Signaleren

Hoewel er geen eenduidige definitie van jonge mantelzorgers bestaat, gaat het doorgaans over thuiswonende kinderen tussen de 12 en 24 jaar die langdurig zorgen voor een ziek, gehandicapt of verslaafd gezinslid. Ongeveer 10 procent van de Nederlandse jongeren valt in deze categorie. Exacte cijfers ontbreken, omdat het lastig is om deze groep te signaleren. “Het zijn over het algemeen heel sociale kinderen die hun uiterste best doen om alle ballen in de lucht te houden. Niet alleen thuis, maar ook op school willen ze het goed doen. Je ziet niet wat er achter die lach en het perfectionisme schuilgaat”, legt Alice van Laar uit. Zij is initiator van JMZ PRO, een netwerk waarbinnen professionals kennis en ervaring uitwisselen op het gebied van jonge mantelzorgers.

Van Laar stelt dat er behoefte is aan een dergelijk platform, omdat de aandacht voor jonge mantelzorg in Nederland relatief nieuw is en deze groep momenteel vrijwel onzichtbaar is in de maatschappij. Jacquelien Hartholt, projectcoördinator Jongemantelzorgers bij Humanitas Groningen, erkent dit probleem. “Jonge mantelzorgers geven niet zelf aan wanneer ze hulp nodig hebben. Dat betekent dat je structureel moet zoeken naar deze groep en ze langdurig moet ondersteunen.” De noodzaak hiertoe is groot, omdat deze jongeren zich vaak verantwoordelijk voelen voor dingen waar ze niet verantwoordelijk voor kunnen en mogen zijn. Dit kan leiden tot chronische stress en kan een negatieve impact hebben op hun ontwikkeling.

 

Laagdrempelige activiteiten

Het is daarom belangrijk dat er leuke activiteiten worden georganiseerd voor jonge mantelzorgers. Niet alleen zodat zij een leuke dag hebben, maar ook om meer jonge mantelzorgers te bereiken. Zo organiseert Humanitas Groningen momenteel een dagje Walibi, wat groots wordt aangekondigd in lokale media. Na een activiteit wordt nogmaals contact gezocht met de jongeren om te vragen hoe ze het vonden en of ze het leuk vinden om verbonden te blijven. De jonge mantelzorger kan dan gekoppeld worden aan een vrijwilliger van de vereniging.

Hier ligt volgens Hartholt de kracht van het beleid dat wordt gevoerd in Groningen: “Alle vrijwilligers zijn tussen de 22 en 28 jaar oud. Dat maakt de hulp laagdrempelig, omdat de jongeren nu hun verhaal kwijt kunnen bij iemand die niet veel ouder is. De maatjes mogen zelf bepalen hoe vaak ze contact hebben. Als er behoefte is aan veel contact wordt er eens per week afgesproken, maar er kan ook gewoon even worden gebeld of geappt.”

 

Structurele hulp

Van Laar moedigt deze strategie aan: “Je werkt in het gezinssysteem. Daar kun je het kind een dagje uithalen, maar het is nog veel mooier als er structurele steun kan worden geboden.” Van Laar meent dat hierdoor niet alleen veel kinderleed kan worden voorkomen, maar ook de nodige kosten kunnen worden bespaard. Ze legt uit dat wanneer er in een vroeg stadium preventieve maatregelen worden genomen om gezinnen te ondersteunen, dure hulpverlening kan worden voorkomen.

Van Laar vindt ook dat er meer sturing vanuit de Rijksoverheid moet komen, omdat gemeenten nu zelf bepalen hoe zij jonge mantelzorgers ondersteunen. “Als de problemen van jonge mantelzorgers niet door een organisatie worden aangekaart bij de gemeente, doet deze er verder ook niets mee”, stelt Hartholt. Humanitas Groningen gaat daarom regelmatig het gesprek aan met de gemeente en nodigt gemeentemedewerkers uit om activiteiten van de vereniging bij te wonen. Hierdoor kan er preventief gewerkt worden, wat volgens Hartholt noodzakelijk is: “Wees er op tijd bij, voordat het misgaat.”