De vergrijzing onder niet-westerse migranten is volgens het Centrum Advies en Beleid Oudere Migranten sinds 1996 verdubbeld. Deze groep behoort vaker dan andere ouderen tot de beneden modale inkomensgroep. Vergeleken met Nederlandse ouderen hebben oudere migranten met een Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst een slechtere psychosociale gezondheid, dit blijkt uit onderzoek van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). Zij voelen zich vaker eenzaam, sociaal uitgesloten en hebben meer last van psychische klachten.

Volgens Het Kenniscentrum Gemeenschappelijk Wonen Oudere Migranten, opgericht in 2011, komen deze psychische klachten door de ongepaste woonsituatie waarin deze groep leeft. Tachtig procent van oudere migranten woont nog in hetzelfde huis waar hun kinderen zijn opgegroeid. Dit zijn vaak grote betaalbare sociale huurwoningen, die niet geschikt zijn voor deze leeftijdsgroep. Daarom ondersteunt en stimuleert het kenniscentrum oudere migranten om eigen gemeenschappelijke woonvormen op te zetten. Dit betekent zelfstandig wonen in een eigen woonruimte, met de juiste woonfaciliteiten, naast andere ouderen die dezelfde culturele achtergrond hebben en dezelfde taal spreken.

Volgens Najia Arib, coördinator van het kenniscentrum, zijn oudere migranten een kwetsbare doelgroep. ‘Ze zijn in de jaren zestig en zeventig naar Nederland gekomen, spreken de taal niet, hebben vaak zwaar fysiek werk verricht en kampen vaker met gezondheidsproblemen dan Nederlandse ouderen.’ De meest voorkomende ziekten zijn diabetes, hoge bloeddruk, psychische klachten en een slechte leefgewoonte met overwicht als gevolg.

Een veelvoorkomend probleem is de eenzaamheid onder oudere migranten.’Dit is vooral binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap een nieuw fenomeen. Vanuit de cultuur hoor je als kind voor je ouders te zorgen, maar dat lukt simpelweg niet. Kinderen van de eerste generatie migranten hebben vaak een drukke baan en kunnen die zorg niet bieden’, aldus Arib.

Een woongroep is een uitkomst voor deze ouderen. Er is vanuit de migranten ook een stijgende vraag naar gemeenschappelijke woongroepen. Wanneer oudere migranten bij elkaar wonen, kunnen ze hun krachten bundelen en hun zelfredzaamheid vergroten. Een voorbeeld van een succesvolle woongroep is volgens Arib te vinden in Amsterdam, waar een groep Marokkaanse vrouwen een eigen catering is begonnen en op aanvraag Marokkaanse koekjes bakken. ‘Oudere migranten zijn zich niet bewust van hun kwaliteiten. Ze zijn vaak afhankelijk van hun kinderen die voor hen tolken. Alleen durven zij niet veel. Wij maken ze bewust, dat ze wel degelijk kwaliteiten hebben. Door in een woongroep te wonen met gelijkgezinden kunnen ze elkaar over de taalbarrière heen helpen, zijn ze minder vaak eenzaam, beschikken ze over de woonfaciliteiten die ze als ouder nodig hebben en worden ze aangemoedigd om maatschappelijk betrokken te zijn.’

Voor het realiseren van woongroepen is het kenniscentrum afhankelijk van het aanbod van woningcorporaties. En dat is het laatste jaar volgens Arib steeds minder geworden. ‘Enerzijds komt dit door de reorganisatie en het mismanagement van woningcorporaties, waardoor er noodgedwongen bezuinigd moet worden. Daarnaast wordt er vanuit de overheid druk uitgeoefend op corporaties om vluchtelingen met een verblijfstatus te huisvesten. ‘Oudere migranten concurreren momenteel voornamelijk met statushouders op de sociale woningmarkt, dat is niet leuk om te zeggen maar het is helaas wel de realiteit.’

Niet alleen het aanbod maar ook de financiële situatie van oudere migranten bemoeilijkt de totstandkoming van de woongroepen. Turkse en Marokkaanse ouderen hebben vanwege een korter arbeidsverleden in Nederland een lagere AOW. Het verlaten van een betaalbare sociale huurwoning naar een duurdere woning in een woongroep is voor deze groep vaak niet haalbaar. ‘We proberen ze wel te overtuigen dat een woongroep in alle opzichten beter is, dit willen zij ook graag, maar vaak blijven ze eenzaam in een te grote woning met slechte woonfaciliteiten, omdat het voor een grote groep niet betaalbaar is.’ Terugkeren naar het land van herkomst is volgens Arib voor deze ouderen ook geen oplossing. De zorg in het land van herkomst is vaak niet goed geregeld.

De vraag naar woongroepen voor oudere migranten stijgt, maar door het geringe aanbod vanuit de woningcorporaties en de beperkte financiële middelen van deze groep ouderen, duurt het gemiddeld acht jaar voordat een woongroep van de grond komt. De gemeenten zijn de oudere migranten volgens Arib niet helemaal vergeten, maar hulp om deze groep in hun woonvoorziening tegenmoet te komen, blijft voorlopig uit. ‘We leunen nu nog te vaak op de fondsen die dit project willen steunen.’