Kwantiteit, dus de hoeveelheid patiënten, voert nog steeds de boventoon bij de bepaling van het omzetplafond door zorgverzekeraars. Hoewel de doelstelling van het zorgakkoord was om de kwaliteit te verbeteren, kan die kwaliteit bij zorgaanbieders volgens universitair docent gezondheidseconomie Frank Eijkenaar en gezondheidseconoom Xander Koolman onvoldoende gemeten worden.

In 2012 bepaalde de regering dat de zorgkosten met maximaal 2,5 procent per jaar mochten stijgen. In het zorgakkoord werd later afgesproken dat de kosten in 2014 met maximaal 1,5 procent mochten groeien en voor de jaren daarna nog maar met 1 procent. Hoe duurder de zorg, hoe minder patiënten kunnen worden geholpen. Zorgverzekeraars keren een vast bedrag per periode uit en daar moeten zorgaanbieders het mee doen. Dit is het zogenoemde omzetplafond: een maximaal budget dat wordt verstrekt door de zorgverzekeraar en dat door de zorgaanbieder niet mag worden overschreden.

Hoe zieker een patiënt, hoe meer zorg deze nodig heeft en dat resulteert in hogere kosten. Het nadeel van het omzetplafond is dat ze vaak geen correctie bevatten voor de zorgzwaarte van patiënten, waardoor zorgaanbieders geprikkeld worden om de zwaardere (vaak duurdere) patiënten minder snel op te nemen dan de minder zware patiënten, aldus Eijkenaar. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, is de vraag, maar de zorgaanbieders worden er wel toe geprikkeld, vervolgt hij. De huidige praktijk is dat ziekenhuizen interen op hun reserves, maar hun reserves zijn niet oneindig.

Concurrentiemogelijkheden

Gezondheidseconoom Xander Koolman stelt tevens dat zorgverzekeraars werken met een omzetplafond, omdat zij slecht zijn in het beoordelen of bepaalde zorg daadwerkelijk nodig is. Volgens Koolman is het oorspronkelijke doel van een zorgaanbieder dat het de concurrentiewedstrijd wint als het kwaliteit levert voor de laagste prijs. Echter, wat nu gebeurt is dat ziekenhuizen die de nadruk leggen op de behandeling van grote groepen patiënten evenveel en soms meer geld krijgen dan een zorgaanbieder die specialistische zorg levert en doelgericht werkt, aldus de gezondheidseconoom: “Je moet je daarom echt zorgen maken om die zorgaanbieders die zeggen dat ze doelmatiger werken, maar door dat omzetplafond worden tegengehouden.”