Drie weken geleden lanceerde RTL5 het programma ‘Koopziek: ik kan niet stoppen met shoppen’, waarin de programmamakers veronderstellen dat koopverslaving een ziekte is. Samen met een aantal psychologen vindt RTL5 dat koopverslaving dan ook als ‘koopziekte’ gelabeld dient te worden. Hier is niet iedereen het mee eens. Trudy Dehue, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie, vindt dat het geven van een label aan koopverslaving de situatie verergerd.

In Duitsland en de Verenigde Staten is er onderzoek gedaan naar het aantal koopverslaafden. In Duitsland lijdt 6,9% van de bevolking aan koopverslaving, blijkt uit onderzoek uit 2010 van Mueller. In Amerika is 5,8% koopverslaafd volgens cijfers van Stanford University uit 2006. In Nederland zijn er geen officiële cijfers beschikbaar volgens het CBS en het Trimbos Instituut. Dit omdat koopverslaving geen erkende ziekte is.

Psycholoog Bjarne Timonen werkt mee aan het nieuwe RTL5-programma ‘Koopziek’. Een van de motieven om zijn naam aan het televisieprogramma te verbinden, was het onder de aandacht brengen van de ernst van koopverslaving. “Koopverslaving in nu nog geen erkende ziekte. Ik zou hier graag verandering in willen zien. Het is toch raar dat gokverslavingen en eetstoornissen wel erkend en onderzocht worden, maar een gedragsverslaving als ‘koopziekte’ in mindere mate?” Volgens Timonen is een label nodig, zodat er geld vrijkomt voor onderzoek.

Jacques Boermans, psychiater en voormalig mede-oprichter van de eerste polikliniek voor shopverslaving in Nederland, betreurt het dat koopziekte ongelabeld blijft en vaak af wordt gedaan als gevolg van de hedendaagse materialistische maatschappij. Dat terwijl koopziekte helemaal geen nieuw fenomeen is: “Psychiater Kraepelin sprak in 1915 al van een pathologische impuls en noemde het toen oniomanie.”

Volgens de psychiater biedt de reguliere verslavingszorg geen uitkomst voor shopverslaafden. “De verslavingszorg kan vooralsnog, door gebrek aan onderzoek en middelen, weinig tot niets voor shopverslaafden betekenen. De patiënt voelt zich vreemd aangekeken en krijgt geen respons.”

Trudy Dehue, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie, ziet er nadelen in om koopziekte te labelen als een verslaving. Het is volgens haar niet vanzelfsprekend verstandig om een bepaalde eigenschap of gewoonte een ‘stoornis’ of ‘verslaving’ te noemen. “Als je de neiging hebt om veel te veel te kopen en dat een verslaving noemt, wijst dat de weg naar verslavingsbehandeling als belangrijkste reactie.”

Door te labelen dreigt men, volgens Dehue, enkel aan symptoombestrijding te doen en maakt men geen diepgaande analyses meer over het ontstaan van een samenleving waarin het verschijnsel (in dit geval: te veel kopen) zich voordoet. Dehue legt uit dat hetzelfde met somberheid is gebeurd. “We noemen somberheid tegenwoordig al snel ‘depressie’, waardoor we vragen over somberheid alleen maar aan hulpverleners richten en alleen nog maar het verschil kennen tussen ‘echte depressie’ en ‘lichte depressie’, die louter verwende aanstellerij zou zijn.”

Volgens Dehue zou je als je zegt “veel mensen zijn somber, in plaats van depressief” ten minste de vraag kunnen stellen hoe dit komt. “Als je zegt dat obsessief kopen een verslaving is, komt dat door de verslaving en vergeten we ons af te vragen waardoor veel mensen obsessief kopen.”