De grens tussen jeugd- en volwassen GGZ moet soepeler worden, want jongeren vallen te vaak in een gat na hun 18e. Morgen organiseert Nederlands eerste en enige hoogleraar transitiepsychiatrie een congres in Maastricht om dit probleem aan de kaak te stellen.

Al drie jaar geleden stelde Therese van Amelsvoort, bijzonder hoogleraar transitiepsychiatrie aan Maastricht University, in haar oratie dat de ‘onnatuurlijke leeftijdsgrens’ van 18 jaar losgelaten moet worden: “Want al is een 18-jarige meerderjarig voor de wet, dat betekent nog niet dat diegene ook ‘volwassen’ is in biologisch of sociaal-emotioneel opzicht.” Voor de tweede keer organiseert zij dit jaar een congres over de staat van de transitiepsychiatrie in Nederland. Deze tak van de psychiatrie richt zich op de overgang van kind naar volwassenheid, dat duurt volgens de transitiepsychiatrie ongeveer tot het 25e levensjaar.

Overgang

De overgang van jeugd-GGZ naar volwassenen-GGZ is gesteld op 18 jaar maar dat blijkt voor veel jongvolwassenen die zorg nodig hebben problematisch. “De leeftijdsgrens werkt als een hakbijl tussen het jeugd- en volwassentraject. Het is logischer om door te gaan tot in ieder geval 23.” stelt Joost Hutsebaut, behandelaar bij GGZ-instelling De Viersprong en een van de sprekers op het congres van Van Amelsvoort.

Een van de moeilijkheden voor deze jongeren is heel praktisch: ze vallen niet meer onder de Jeugdwet maar onder de Zorgverzekeringswet. Dat betekent vaak dat hun behandeling wordt overgenomen door een andere instelling en dat ze een eigen bijdrage moeten betalen. “Dat kan hoog oplopen en veel jongeren, of hun ouders, hebben de middelen daar niet voor.” Veel jongeren stoppen na hun 18e dan ook met hun behandeling. Dat zorgt voor allerlei problemen: “Ze vinden moeilijk aansluiting op de arbeidsmarkt of op school en zijn vatbaarder voor andere psychische problemen”, aldus Hutsebaut.

Als jongeren wel besluiten hun therapie voort te zetten komen ze terecht in volwassenen-GGZ en die kan in aanpak behoorlijk verschillen van de therapie die zij eerder hebben gehad. “Bij jongeren en kinderen ligt de focus op de omgeving, ouders en school worden ook intensief bij de behandeling betrokken. Bij volwassenen worden die factoren losgelaten en wordt therapie gericht op het individu.” Terwijl de omgeving zeker voor jongeren van 18 tot 25 niet minder belangrijk is. “Veel van die net volwassen jongeren wonen nog thuis en gaan nog naar school. Ze zijn nog sterk ingebed in een sociale omgeving, een individuele therapie is dan niet per se de beste aanpak.”

Australië

Transitiepsychiatrie staat in Nederland nog in de kinderschoenen, maar buiten onze landsgrenzen is het al langer een thema en wordt er ook beleid op gemaakt. De grote naam op het congres morgen is professor Patrick McGorry. Hij is een van de ontwikkelaars van de Headspace-methode: laagdrempelige zorg voor jongeren die gericht is op vroege signalering van psychiatrische ziektebeelden. Overal in Australië heeft hij in de afgelopen tien jaar ‘Youth Café’s’ geopend, een gezellige plek waar jongeren kunnen binnenlopen voor een kop koffie en een gesprek. De lijnen van medewerkers van de ‘Youth Café’s’ naar eerstelijns zorgverleners zijn kort en zo wordt een opening gecreëerd voor hulp aan kwetsbare jongeren.

De methode sluit aan bij de leefwereld van de jongeren, en daar zit volgens McGorry de crux. Er heerst een stigma op zorg en jongeren schamen zich vaak om hulp te vragen. Door jongeren te ontvangen in een omgeving waar zij zich thuis voelen wordt dat stigma opgeheven. De Australische hoogleraar heeft het bovendien voor elkaar gekregen dat de leeftijdsgrens voor jeughulp in Australië verhoogd is van 18 naar 25 jaar.

McGorry wordt geroemd om zijn methode, omdat gebleken is dat het de weg naar zorg vrij maakt voor veel moeilijk bereikbare jongeren. Zoals jongeren die worstelen met hun geaardheid of jongeren uit achterstandswijken.

Aansluiting

Anneloes van Staa begon twaalf jaar geleden met haar onderzoek naar de continuïteit van zorg voor jongeren met een chronische aandoening en ook zij spreekt op het congres van Van Amelsvoort. De Rotterdamse onderzoeker ziet nog genoeg verbeterpunten: “Er wordt te weinig geïnvesteerd in echt passende zorg voor jongeren. Goede zorg sluit aan bij wensen en behoeften van jongeren en betrekt hen bij hun behandeling.” Behandeling zou volgens van Staa jongeren moeten voorbereiden op een normaal leven, ondanks hun aandoening.

Een ander verbeterpunt is volgens de transitiepsychiatrie het eerder opsporen van psychische aandoeningen. Eerder ingrijpen zou een belangrijke impact kunnen hebben op de ontwikkeling van die aandoeningen. Uit onderzoek bleek onder andere dat als op jonge leeftijd al voortekenen van psychose worden ontdekt voorkomen kan worden dat die zich op latere leeftijd ontwikkelen tot een chronisch ziektebeeld. Van Amelsvoort roept op tot meer betrokkenheid. “Hulpverleners, ouders en jongeren zelf moeten alerter worden op voortekenen en beginfases van psychiatrische ziektebeelden.”

Deze betrokkenheid is in Australië al gerealiseerd door onder andere de Headspace methode en Youth Cafe’s. Samen met een soepelere leeftijdsgrens binnen de psychische gezondheidszorg kan voorkomen worden dat jongeren na hun 18e in een zorggat terecht komen.

Benieuwd naar de aanpak van McGorry? Bekijk hieronder de video waarin hij de Headspace-methode toelicht.