Afgelopen dinsdag promoveerde Juul Gooren met zijn onderzoek over seks en jongeren, het onderzoek kreeg de titel ‘een overheid op drift’, wat al gedeeltelijk de conclusies weggeeft. Volgens Gooren is de manier waarop de maatschappij met jongeren en seks omgaat veranderd in de afgelopen jaren; men is in elk opzicht minder tolerant geworden. Gooren concludeerde dit aan de hand van onderzoek naar veranderende verslaggeving en strafrechtelijke beslissingen.

Gooren wijdt deze verandering deels aan de opkomst van het feminisme; door de empowerment van vrouwen zouden mannen sneller als dader worden aangewezen. Daarnaast is er sprake van het zogenoemde stranger-danger narratief: de geheimzinnige man in de bosjes wordt al snel een potentiële pedofiel gezien. De heftige reactie op Benno L. is hier maar een indicator van.

Gooren vindt dat meer nuances aangebracht moeten worden in het rechtssysteem. Zo stelt hij in zijn proefschrift vast dat zowel een jongen, die als wraakactie een naaktfoto doorstuurt van zijn minderjarige ex-vriendinnetje, veroordeeld kan worden voor kinderporno als de personen die kindermisbruik filmen om geld te verdienen. Ook geeft Gooren aan dat wanneer een jongen van twintig een seksuele relatie heeft met een meisje van vijftien, dat even strafbaar is als een man van vijftig die een jong meisje verleidt.


Naast de oproep tot nuance verwijt Gooren dat het strafrecht er vage termen op na houdt rondom seksuele relaties. Zo is het bijvoorbeeld niet altijd duidelijk wat de term ‘ontucht’ inhoudt; dat kan gaan over een klap op de billen maar ook over seksuele daden. Daarbij is het van groot belang of toestemming van beide kanten gegeven is, wat moeilijk te achterhalen is en moeilijk in wetten te beschrijven. Gooren pleit voor bescherming van jongeren, maar ook voor ruimte voor seksuele ontplooiing.

 

Tijdens zijn promotie werd hij niet voorzichtig aangepakt door professoren. Eén professor –die vermoedelijk zelf jonge kinderen had- verweet hem dat hij geen rekening had gehouden met de psychologische onderzoeken die gedaan zijn naar de schadelijke effecten die seksuele handelingen op jongeren kunnen hebben, waar ze zelf geen weet van hebben.

 

Een andere professor wees hem erop dat een groot deel van het onderzoek op persoonlijke meningen gebaseerd is–zo interviewde Gooren verscheidene professionals die betrokken zijn bij het strafrechterlijke proces, en dat hij daar met zijn ‘jeugdige enthousiasme’ te snel conclusies uit trok. Toch wist wist Gooren zich onder al deze verwijten staande te houden en de professoren te overtuigen van zijn gelijk en ontving hij, na kort overleg tussen de professoren, zijn doctoraat.