De mantelzorg komt in Nederland moeizaam van de grond. Dat is een aanslag op de plannen van de regering om de toenemende kosten van zorg door familieparticipatie terug te dringen. Martijn Hogerbrugge van het Wales Institute of Social & Economic Research, Data & Methods (Cardiff University) publiceerde afgelopen zondag een rapport waarin werd beschreven dat familiebanden niet sterk genoeg zijn en zelfs kunnen verslechteren door mantelzorg. Gert Schout, onderzoeker aan het VUmc, redeneert andersom. Hij stelt dat familiebanden door de jaren heen al verslechterd zijn en dat dat mantelzorg tegen houdt.

Mantelzorg

Bilwanath Chatterjee – CC BY 2.0

Tijdsgebrek

Gert Schout denkt dat tijdsgebrek en losse familiebanden zorgen voor druk op mantelzorgers. Mensen zijn volgens hem tegenwoordig erg gericht op zijn of haar eigen vrienden, sport, hobby’s en voornamelijk werk. “Er blijft maar weinig tijd over voor kinderen en ouderen die hulp nodig hebben. Families zijn ook niet meer gewend om er als familie voor elkaar te zijn. Dat levert grote spanningen op binnen gezinnen.”

Gert Schout
Gert Schout

Het Familiediner

Daarnaast denkt Schout dat familiebanden veranderd zijn ten opzichte van 100 jaar geleden. “Dat kun je heel mooi in het programma Het Familiediner zien. Gezamenlijk te zorgen voor een familielid in een kwetsbare periode is niet eenvoudig, zeker in een tijd waarin je niets met elkaar hoeft. Dat was vroeger wel anders. Toen waren er verplichtingen en had iedereen in de familie een bepaalde rol. Nu is zorg een keuze.”

Rol van overheid

Volgens Schout maakt ook de overheid zorgzaamheid in families lastig, omdat mensen tot hun 67e door moeten werken. “De overheid roept mensen op om actief te worden als mantelzorger, maar tegelijkertijd maken ze het onmogelijk.” Hij denkt dat het stimuleren van mantelzorg pas succesvol wordt als mensen minder lang hoeven door te werken en de werkdruk terug gedrongen wordt. “Laat mensen bijvoorbeeld na hun 62e minder werken, zodat er meer tijd overblijft voor zorg aan ouders of kleinkinderen.”

Schout ziet ook een belangrijke rol voor gemeenten. Gemeenten moeten volgens hem bijeenkomsten regelen waarin families en bekenden samen een plan voor de toekomst van de patiënt maken. “Op deze manier worden barrières weggehaald om met hulp van sociale netwerken te zorgen voor een familielid. Dat zou de sociale structuur in de gemeente versterken.”