Ouderenmishandeling was in Nederland lange tijd een onbekend probleem, maar sinds de reclamecampagne ‘Het houdt niet op’ is het onderwerp meer onder de aandacht gekomen. Zogenoemde mentoren worden nu opgeleid om ouderenmishandeling tijdig te signaleren.

De laatste jaren is er een grote stijging van het aantal meldingen van ouderenmishandeling. Herma Kappert, coördinator mentorschap in de regio Haag en Rijn en direct verantwoordelijk voor het vinden en plaatsen van mentoren, denkt dat dit deels komt doordat  de druk op mantelzorgers enorm is toegenomen. Er wordt zoveel van verzorgend personeel gevraagd wordt dat zij ouderen, bewust of onbewust, niet correct behandelen. Maar dat is volgens Kappert niet de enige reden van de stijging: “Ik denk dat het er vooral mee te maken heeft dat ouderenmishandeling nu eindelijk wordt erkend.

Een mentor kan een belangrijke rol spelen bij het signaleren van mishandeling. Een mentor is een vrijwilliger die wordt toegewezen aan mensen die hun persoonlijke belangen zelf niet meer kunnen behartigen. Sinds de start van het project ‘Met mentorschap in veilige handen’ worden mentoren ook getraind in het herkennen van ouderenmishandeling. Daarnaast heeft de mentor een wettelijke status. Hij wordt benoemd door de kantonrechter en krijgt daarmee juridisch gezien de mogelijkheid om de belangen van een cliënt te behartigen.

Als coördinator krijgt Kappert regelmatig te maken met door mentoren gesignaleerde gevallen van ouderenmishandeling. Er zijn verschillende vormen van ouderenmishandeling, maar vooral het financieel misbruik van ouderen komt volgens Kappert vaak voor. “Kinderen die bijvoorbeeld zeggen niet meer langs te komen als ze geen honderd euro krijgen. Of bankpasjes die niet meer worden teruggegeven als er boodschappen mee zijn gedaan.’’

Ook fysiek geweld komt veel voor. Als daar sprake van is, blijkt het niet altijd even makkelijk om er bewijs voor te vinden. Kappert: “Als een mentor in de praktijk wat hoort of ziet, dan trekt hij bij mij aan de bel. Zo was er laatst nog een situatie waarbij we de dochter van een oudere mevrouw heel sterk verdachten. Maar je kan natuurlijk niet zomaar iemand beschuldigen. Dat zijn heel moeilijke zaken, ook voor mentoren.”

Nel van der Sar is zo’n mentor. Ze volgde de mentoropleiding en kreeg twee cliënten toegewezen. Toen Van der Sar mentor werd, zat het onderdeel ouderenmishandeling nog niet in de opleiding. Mentoren die zijn opgeleid voordat het project ‘Met Mentorschap in Veilige Handen’ startte, zijn op dat gebied later bijgeschoold.

Dat het lastig is om signalen te herkennen en te plaatsen, en om mishandeling te bewijzen ondervond Van der Sar gedurende haar mentorschap. “Ik constateerde bij een cliënt een enorme blauwe plek waar ik echt van schrok. Maar oude mensen zitten vaak onder de schrammen en plekken, en zeker bij verwarde en demente ouderen kan dat vele oorzaken hebben. Een heterdaadje is er natuurlijk nooit bij.’’

Bin ouderenmishandeling is dikwijls de familie de boosdoener, maar ook in instellingen gaat veel mis. Hier wordt niet altijd adequaat op gereageerd, zo blijkt uit een recente situatie die Kappert onlangs onder oren kwam. “Een man op een afdeling voor mensen met een verstandelijke beperking wordt geslagen door een medebewoner. Hij wordt daar echter niet weggehaald, omdat hij het volgens de instelling in zijn vorige omgeving nog slechter had. Die mishandeling werd nu eigenlijk gedoogd en dat is iets wat ik niet kan accepteren. Een instelling zou er alles aan moeten doen om dat te voorkomen.’’

Wat volgens Kappert ook moet worden verbeterd is de manier waarop verzorgend personeel wordt geschoold: “Met name bij zorgmedewerkers die heel dicht bij patiënten staan heerst angst tegenover familie. De confrontatie aangaan als ze zien dat er iets niet goed gaat is heel moeilijk voor ze.”

Die scholing moet inderdaad beter, vindt Van der Sar. Zij denkt ook dat mentoren een uitkomst kunnen zijn als er door het verzorgend personeel niets met signalen van ouderenmishandeling wordt gedaan. “Personeel in zorginstellingen is over het algemeen ontzettend lief voor cliënten, maar het zijn natuurlijk geen politieagenten. Een blauwe plek gaan ze behandelen, maar ze doen er vaak verder niets mee. In zo’n situatie zou ik dan toch willen weten of er meer aan de hand is en ga ik het onderzoeken. De mentor kan bij de signalering van ouderenmishandeling dus een zeer belangrijke functie vervullen.’’