“Ik had nooit verwacht in een jongerengevangenis terecht te komen, ik voelde me kut en snapte echt niet wat er allemaal aan de hand was.” 

Ronald is 12 jaar wanneer hij in de jeugdgevangenis belandt. Zijn moeder doet aangifte omdat zijn vader hem mishandelt, daarna komt Jeugdzorg op bezoek. Hij wordt bij zijn ouders weggehaald, het is het begin van zes jaar lang met Jeugdzorg. Na de aangifte krijgt Ronald een voogd toegewezen. Die stuurt hem voor observatie tijdelijk naar een jeugdgevangenis, op zijn minst een opvallende plaats voor een jongen die weg is gehaald bij zijn familie voor bescherming.

Ronald zegt dat hij nooit een strafbaar feit heeft begaan om hem naar die gevangenis te sturen. “De internaten waren vol. Ik was daar voor een observatieperiode, ze kijken dan wat er met je aan de hand is. Professionals moeten dan de volgende stappen uitstippelen. Maar dat is niet helemaal goed gegaan.” In die tijd loopt hij rond tussen jongens die een stuk ouder zijn: ze roken en zijn vaak agressief. Ronald past zich aan aan hun gedrag en begint ook agressief gedrag te vertonen en zich op het criminele pad te begeven. “Ik ben daar slechter uit gekomen dan dat ik erin ging. Alle slechte dingen die ik heb gedaan, hadden hun wortels in de gevangenis.”

Na een tijdje mag Ronald weg. De observatieperiode is voorbij en hij verhuist naar een half-open internaat. Daar gedraagt hij zich goed en na een tijd mag hij naar een open internaat. In die tijd wordt hij behandeld voor agressieproblematiek en zijn ontbrekende vertrouwen in volwassenen: naar eigen zeggen problemen waar hij nooit direct last van heeft gehad. “Ze zeiden dat ik een agressieprobleem had, maar ik was niet agressief voordat ik daar terechtkwam. En ja, het zal best kunnen kloppen dat ik vertrouwensproblemen had. Maar daar had ik niet veel last van, het is geen probleem in mijn leven geweest.”

Ronald praat met afstand over zijn tijd bij Jeugdzorg. Hij benadrukt keer op keer dat hij slechter bij de instantie vandaan kwam, hij was toen 17 en en half. Ondertoezichtstelling van Jeugdzorgt stopt bij 18 jaar: “Op een gegeven moment zeggen ze dan: je bent uitbehandeld, je mag naar huis. Ze wilden me er denk ik wel langer houden, maar ja, dat mogen ze niet.”

Over hoe het nu met hem gaat, reageert hij ontwijkend. Hij heeft het er liever niet over, maar benadrukt wel stellig dat het beter met hem ging nádat hij uit de handen van jeugdzorg verdwenen was. Ook heeft hij een plan voor de toekomst: “Ik wil sociaal pedagogische hulpverlening gaan studeren. Als ik er zo op terugkijk weet ik niet precies wat beter had gekund, maar ik wil dat wel leren. Ik wil kinderen en jongeren helpen een betere toekomst te geven. Hen betere hulp geven dan ik zelf heb gehad.”