Na-Zorg in een tweedagelijkse rubriek waarin een betrokkene zijn of haar ervaringen over de Jeugdzorg bespreekt. Vandaag: Emma (23). 

“Ik was 14 toen mijn broertje uit huis werd geplaatst. Hij heeft een ernstige vorm van Asperger en het ging al tijden slecht. Op een avond had hij een heftige aanval gehad en trok hij een mes. Toen stond de politie voor de deur. Hij was nog maar 12. Er is daarna heel veel gedoe geweest, in heel Nederland was geen goede plek voor hem. Daarom kwam hij eerst terecht in een jeugdgevangenis. Wij hoopten dat hij daardoor misschien zou inzien dat zijn gedrag niet goed was, maar dat bleek niet het geval. Elke keer dat wij hem opzochten, hoorden we hem vertellen over dingen die de anderen daar in de gevangenis hadden gedaan en dat vond hij alleen maar cool. Hij moest daar dus ook weg.

Zodra er een plek vrij kwam, ging hij naar een gesloten inrichting, maar daar ging het ook niet goed. Ik snap ook niet helemaal hoe het is gegaan, want daarna mocht hij wél naar een halfopen inrichting. Het probleem is dat hij zich nooit aan regels houdt, waar hij ook is. Ze konden hem gewoon nergens aan. Zelf heeft hij niet het idee dat hij een probleem heeft, waardoor hij elke vorm van hulp heeft geweigerd. Zo eindigde hij na de halfopen inrichting ook in begeleid wonen, maar ook daar ging het niet. Het punt bij begeleid wonen is namelijk dat men daar afspraken met elkaar maakt, maar als iemand zich daar niet aan houdt, werkt zo’n opvang gewoon niet.”

Inmiddels is hij ‘vrij’ om het zo maar te zeggen. Vanaf je zeventiende mag je namelijk zelf weten of je hulp wilt of niet en voor iemand die denkt dat er niets mis met hem is, is de keuze snel gemaakt. Ik denk dat ze veel steken hebben laten vallen bij de behandeling van mijn broertje. Zo heeft hij ook diabetes en werd hij meerdere keren niet geholpen toen hij last had van een hypo: ze dachten dat hij vervelend aan het doen was toen hij de noodknop indrukte. Dat zijn grote fouten. Hij lag daar knock-out tot de volgende morgen en niemand nam verantwoordelijkheid. Daarbij verwezen de instanties die met hem te maken kregen alleen maar naar anderen als het aankwam op verantwoordelijkheid. Nu woont mijn broertje dus op zichzelf, maar ik heb niet het idee dat het goed gaat. In alle eerlijkheid zie ik geen toekomst voor hem, ik denk dat hij óf in de gevangenis, óf in een psychiatrische inrichting belandt. Zes jaar lang werd hij van plek naar plek gestuurd, maar echt helpen konden ze niet.”

Namen zijn vanwege privacyredenen veranderd. Echte naam bekend bij de redactie

Lees de andere afleveringen van deze rubriek