Na-Zorg is een tweedagelijkse rubriek waarin een betrokkene zijn of haar ervaringen over de Jeugdzorg bespreekt. Vandaag: Rianne (26).

“Toen ik 16 was had ik veel ruzie thuis en uiteindelijk ben ik weggelopen. Een tijdje heb ik bij mensen in de buurt geslapen, maar op een gegeven moment kon dat niet meer en heb ik bij Jeugdzorg aangeklopt. Ik moest ergens wonen. In de crisisopvang waar ze me plaatsten ging het ook niet: ik maakte veel ruzie en ging er vaak vandoor. Op een avond stond de politie me op te wachten op de hoek van de straat en ik moest voor één nacht de cel in. Ze wisten niet meer wat ze met me aan moesten, als 16-jarig meisje dat de hele tijd wegliep. Ik weet nog precies wat ik die avond te eten kreeg: nasi en een appel. De hele nacht zong ik: ‘ik heb een hekel aan de politie’. Ik was heel opstandig.

De volgende dag kwam mijn voogd en ze stelde me voor een keuze: óf naar een gesloten inrichting, een jeugdgevangenis, óf naar een instelling. Ik wist niet wat voor instelling, maar ik koos natuurlijk daarvoor, want dan kreeg ik nog een beetje vrijheid. Het bleek een christelijke opvang te zijn voor junkies. Niemand was onder de 18 en er werd veel gebruikt. Ik weet nog dat ik binnen kwam en een vrouw me beschuldigde dat ik pillen bij me had, maar dat waren vitaminepillen! Ze hebben wel mijn hele kamer overhoop gehaald. Het was geen veilige omgeving en er was ook geen psychische hulp, alleen de kerk. Daar moesten we drie keer per dag heen. Op een dag zei ik: ik wil met iemand praten. En toen zei een van de begeleiders: ‘Ja, Rianne, we kunnen wel praten maar de enige manier om gelukkig te worden is door God’. ‘Dat wil ik niet’, zei ik. Toen zei hij: ‘Als je over vijf jaar nog niet gelukkig bent, dan kom je maar terug en dan gaan we samen op zoek naar God’.  

Na vier maanden kreeg ik ruzie met de leiding omdat ik me niet aan de regels hield. Ik ging bijvoorbeeld met mijn muts op naar de kerk, dat mocht echt niet. Toen heeft Jeugdzorg me daar weggehaald en in een crisisopvang gezet. Daar heb ik vijf maanden gezeten en daar was betere hulp. Toch sneakte ik ook vaak ’s nachts weg en was ik nog steeds opstandig. Daarna kwam ik terecht in een heel goed project, daar hadden ze me eigenlijk meteen in moeten stoppen. Het heette Big Brother, Big Sister en het was een soort begeleid op jezelf. Samen met een andere jongen woonde ik bij een vrouw van 28 in huis. Ik mocht haar heel graag en ik had mijn eigen kamer die ik zelf mocht inrichten. Vanuit Jeugdzorg kreeg ik ook praktische hulp, om een opleiding te regelen en een Digi-D aan te vragen enzo.

Op mijn 18e moest ik uit dat project: het was alleen voor jongeren. Toen ben ik naar Utrecht verhuisd om te gaan studeren. Jeugdzorg hielp me wel met het vinden van een kamer, maar daarna kreeg ik helemaal geen begeleiding meer. Dat was wel moeilijk. Er was geen overgang. Dat laatste project was echt goed, maar daarvoor heeft Jeugdzorg flink gefaald. Als je zo jong bent moet je gewoon goede psychische hulp krijgen, niet naar de kerk.”