“Het moest gebeuren om de rest van het gezin veilig te stellen, het was niet gevaarlijk, maar de situatie was dermate verstorend dat alle aandacht naar hem ging.”

Als Anneke en haar gezin al een tijdje hulp krijgen van GGZ en Jeugdzorg voor het gedrag van haar drie geadopteerde kinderen wordt in overleg besloten dat het beter zou zijn voor het gezin als de oudste zoon tijdelijk uit huis wordt geplaatst. Een moeilijke beslissing voor het gezin: “In eerste instantie zeiden mijn man en ik: dat gaan we niet doen. Niet omdat we dachten dat we het beter konden, maar omdat het schade aanricht. ‘wij doen jou weg’, zo komt het over bij je kind.” Gelukkig was er in die periode veel mogelijkheid tot contact, ze gaan regelmatig op bezoek bij het pleeggezin. “Daarom is de band nu nog steeds goed.”

Het is alweer veertien jaar geleden dat Anneke Kooijman (62) voor haar drie geadopteerde kinderen terecht kwam bij Jeugdzorg. Het loopt thuis uit de hand en ze liepen achter op school. Bij Jeugdzorg is de diagnose snel duidelijk: hechtingsproblematiek en daarvoor wordt het gezin doorverwezen naar de GGZ.

Veel geadopteerde kinderen kampen met hechtingsproblemen: een trauma dat ze oplopen bij de scheiding van hun biologische ouders. Daardoor zijn ze angstig en gaan ze moeilijk relaties aan. “Ze bouwen een muur om zich heen.” De problemen uiten zich vaak pas in de puberteit: “Als ze klein zijn lopen ze vaak aardig mee, maar in de puberteit komen vragen op als ‘wie ben ik?’ en ‘waar kom ik vandaan?’ Bij geadopteerde kinderen gaat dat gepaard met veel problemen.” Die problemen variëren van leerproblemen tot agressiviteit.

Over de hulp van Jeugdzorg en GGZ is Anneke positief. “Ze hebben ons naar beste weten geholpen. De instanties zijn allemaal bereid om je te helpen.” De enige vervelende ervaring die ze had was het ontslag van een contactpersoon. “Dan heb je net alles verteld en wil die nieuwe persoon alles nog een keer horen. Wat logisch is, maar wel heel storend. Voor de kinderen was dat ook moeilijk om hun verhaal opnieuw te vertellen.”

Als ouders worden Anneke en haar man actief betrokken bij het contact tussen jeugdzorg en hun kinderen. Er zijn vaak evaluaties en besprekingen, maar als de kinderen volwassen zijn en nog steeds hulp nodig blijken te hebben, verloopt het contact met zorginstanties stroever. “Dan moet je kind toestemming geven, want als volwassene hebben ze recht op privacy en soms weigeren instanties informatie te geven.”