Behandeling van dwangmatig koopgedrag verloopt momenteel veelal via particuliere therapeuten, die elk aan de hand van hun eigen definitie en behandelingsmethoden opereren. Dit door het gebrek aan een label voor ‘koopverslaving’. Psycholoog Bjarne Timonen, psychiater Jacques Boermans en verslavingskliniek Brijder vinden het kwalijk dat er geen uniforme, wetenschappelijk bewezen behandeling geboden kan worden aan koopverslaafden.

Koopverslaving wordt nu wel behandeld, maar door het gebrek aan een uniforme diagnose is er nog geen onderzoek naar de beste behandelingsmethode. Erkenning van de ziekte zou hier volgens experts verandering in brengen.

Verslavingskliniek Brijder behandelt koopziekte wél, maar kan naar eigen zeggen door gebrek aan onderzoek naar de onderliggende mechanismen geen toegespitste behandeling bieden aan koopverslaafden. “Koopverslaafden zijn bij ons welkom, maar we behandelen koopverslaving noodgedwongen hetzelfde als elke andere verslaving.”

Psycholoog Bjarne Timonen, bekend van RTL5 programma Koopziek: ik kan niet stoppen met shoppen’,  begrijpt niet waarom koopverslaving niet erkend wordt. Volgens hem vindt bij een koopverslaafde hetzelfde cognitieve proces plaats als bij iedere andere verslaafde. De ‘koopzieke’ raakt verslaafd aan het “lekkere gevoel” van het kopen en aan de endorfine en dopamine kick die ermee gepaard gaat. Het “lekkere gevoel” an sich is in dezen niet het probleem, het feit dat de kick steeds korter aanblijft en de verslaafde steeds meer gaat kopen om deze te ervaren wel. “Niet voor niets zit het woord ‘slaaf’ in ‘koopverslaving’. Je ziet dat mensen de controle zijn kwijtgeraakt en slaaf zijn geworden van de gewoonte.”

Timonen behandelt koopverslaving middels cognitieve therapie en mindfulness, waarbij hij tracht de focus op kopen te verleggen naar alternatieve gewoontes. “Koopverslaving wordt vaak weggeschreven als impulsstoornis. Er is geen primaire behandeling mogelijk.”

Ook psychiater Jacques Boermans, voormalig mede-oprichter van de eerste polikliniek voor shopverslaving in Nederland, gaat er vanuit dat koopverslaving voortkomt uit een prettig gevoel. Hij omschrijft koopverslaving echter niet als een verslaving, maar als een drangstoornis en treft de vergelijking met pathologisch gokken en exhibitionisme. De ‘verslaafde’ ervaart het als een prettige bezigheid en beleeft er plezier aan, maar de gevolgen kunnen nadelig zijn.

Boermans behandelde koopverslavingen in de polikliniek tweeledig; enerzijds met gedragstherapie en anderzijds met medicatie, zoals antidepressiva die ook bij middelenverslavingen voorgeschreven worden. Boermans is inmiddels niet meer werkzaam bij de polikliniek. De polikliniek is gesloten.

Psychologen en psychiaters pleiten voor erkenning om onderzoek naar het ziektebeeld om specialistische behandeling mogelijk te maken. Trudy Dehue, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, zet er vraagtekens bij of het labelen nodig is. Dehue is bang dat men door het labelen dreigt enkel aan symptoombestrijding te doen en de oorzaak uit het oog te verliezen. “Woorden zijn indelingen die grote consequenties kunnen hebben.”