Het was koud vannacht in Nederland. Met name in Groningen. Wanneer de gevoelstemperatuur onder de tien graden Celsius ligt, mogen daklozen gratis overnachten in de daklozenopvang. Annette von Unruh, staffunctionaris van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) in Groningen, legt uit waarom de spanningen stijgen wanneer de temperatuur daalt.

“Als de gevoelstemperatuur min tien graden Celsius is, wordt het gevaarlijk om buiten te slapen en moeten daklozen naar binnen”, vertelt Von Unruh. Zij zegt dat de meeste daklozen verslaafd zijn: “In de nachten dat het koud is, zitten veel verslaafden bij elkaar. Eenmaal binnen betekent geen drugs. Verslaafden die niet mogen gebruiken, hebben een kort lontje.  Daardoor lopen de spanningen op.”

Niet alleen tijdens de winterregeling zijn er spanningen tussen daklozen. In de 24-uurs opvang ziet Von Unruh dat als er veel daklozen samen in een ruimte zijn, ze elkaar negatief kunnen beïnvloeden. “In een 24-uurs opvang krijgen daklozen eten, drinken en een dak boven hun hoofd, maar weinig begeleiding waardoor de daklozen weer op eigen benen kunnen staan. Ernstig verslaafden hebben in eerste instantie hele andere doelen dan zelfstandig kunnen wonen. Verslaafden hebben een dagtaak aan hun verslaving. Intensieve begeleiding is dan nodig.”

Een goed alternatief, waar de stad Groningen volgens haar een pionier in is, zijn kleinschalige woonruimten waar daklozen een intensieve begeleiding kunnen krijgen. “In Groningen hebben we het Jan Arendshuis, waar dak- en thuislozen kleinschalig met elkaar wonen. Ook hebben we Het Kopland, zij bieden containerwoningen aan voor jongeren en begeleiden ze waar nodig. Tot slot is er het Hoendiephuis. Daar wonen daklozen met z’n tweeën of drieën in een huurhuis en krijgen intensieve begeleiding om weer zelfstandig te kunnen worden. Helaas zijn er ook in Groningen te weinig van deze woonplekken voor dak- en thuislozen en zijn ze in verhouding duurder dan de 24-uurs opvang.”

Op dit moment vraagt de winteropvang veel van hulporganisaties en dienstverleners. “Het wordt heel vol. Personeel wordt op den duur ook moe, want de mensen die zij helpen zijn niet de makkelijkste”, legt Von Unruh uit. Het is dus niet te hopen dat de vorst nog veel langer aanhoudt.