Een extra impuls geven aan de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, dat is de nieuwe taak van Jan-Dirk Sprokkereef, bestuurder van Samen Veilig Midden Nederland. Vanaf 1 april moet hij niet alleen de kwaliteit van Veilig Thuis verhogen, maar ook de meldcode Kindermishandeling verbeteren en de wachtrijen voor jeugdzorg en -reclassering verkorten. Hoe gaat Sprokkereef de situatie veranderen en binnen welk tijdsbestek?

Veilig Thuis begon op 1 januari 2015, door de samenvoeging van Steunpunt Huiselijk Geweld en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling, en bestaat uit verschillende regio’s in Nederland. Uit de inspecties bij de Veilig Thuis-regio’s, waarvan de eerste regio afgelopen zomer werd afgerond, bleek al dat niet elke regio even goed scoorde. Zo voldeed Veilig Thuis Zeeland aan maar zestien van de vierentwintig criteria. In het eerste kwartaal van 2015 werd er bij Veilig Thuis Gelderland-Zuid, vanwege de lange wachtlijsten, alleen met de meest urgente gevallen iets gedaan. Hier moet Sprokkereef dus verandering in gaan brengen.

De grootste uitdaging ziet Sprokkereef in de impact die de decentralisatie heeft op de gemeente. “Iedere gemeente geeft op zijn eigen manier invulling aan de zorg,” vertelt hij, “maar daarnaast zijn er een aantal zaken die landelijk georganiseerd zijn. We vinden dat alles op dezelfde kwaliteitsstandaard uitgevoerd zou moeten worden.” Dit betekent dat hij in gesprek zal gaan met de regio’s, waarbij de wethouders en de bestuurders van de betreffende instellingen voorop staan. “Ik zal vooral heel gericht in gesprek gaan om vanuit de doelen die daar zijn met mensen mee te denken”, geeft Sprokkereef aan. “Hierdoor kan ik ervoor zorgen dat de resultaten geboekt worden die de kinderen, maar ook de ouderen en instellingen, nodig hebben.”

Het tijdsbestek waarin Sprokkereef momenteel denkt, is tot aan de zomer. In deze periode zullen in gesprekken met de gemeenten en een stuurgroep ‘precieze doelen geformuleerd worden die daarna worden geconcretiseerd.’ Het zal volgens hem geen jarenplan worden; zijn doelen mogen tot eind 2016 vergen, daarna moet er verder gekeken worden. Het zwaartepunt ligt voor Sprokkereef bij de individuele benadering per regio. “Je kunt niet zeggen: ‘het moet overal zus of zo’. Het gaat erom hoe je op een goede manier in een decentraal stelsel toch vorm kan geven aan bijvoorbeeld een instelling die voor veertig gemeenten werkt.”