“Zó schat, jij draait een dubbele dienst vanavond? Je bent nieuw hè? Pas maar op, het is gevaarlijk”, zo wordt mij in onvervalst Amsterdams een hart onder de riem gestoken. Iemand opent op YouTube ‘De Bom’ van Doe Maar. “Carrière maken, voordat de bom valt..”, klinkt er door de speakers. Ondertussen probeer ik de groentesliert die over de rand van het soepkommetje bungelt, met een lepel terug in de soep te krijgen. “..Werken aan mijn toekomst, voordat de bom valt..” “Doe maar met je vinger schat, dat maakt mij echt niet uit.”  Nog nooit klonk een songtekst zo ironisch: “..Veilig in het ziekenfonds..”

 

Om vijf uur staat een handjevol thuislozen voor de deur van daklozenopvang het StoelenProject te wachten.  Deze opvang in Amsterdam is voor mensen die nergens anders terecht kunnen.  Sommigen groeten elkaar, een enkeling laat zich slechts gezelschap houden door een in een boodschappentas gepropte slaapzak en een halve liter pils.  Een uur later worden de goede plekjes bij binnenkomst direct geclaimd, zodat je in een hoek kunt slapen of juist goed zicht hebt op de televisie. Telefoons en een enkele laptop worden opgeladen.

 

Dat iedereen in deze situatie kan komen blijkt uit het levensverhaal van Gerard van der Zandt (65). Onlangs sprak hij met het Financieel Dagblad, omdat hij meer begrip voor de thuislozen in Nederland wil. Hij heeft naar eigen zeggen een riant pensioen, maar door problemen met zijn gemeentelijke inschrijving kan hij niet bij zijn in Frankrijk opgebouwde spaarpot. Hij oogt verzorgd en als een gemiddelde grootvader speelt hij een potje schaak. “Mijn sociale netwerk is weg en ik wil geen hulp vragen. Over een paar weken is de rechtszaak, daarna heb ik weer een eigen plek”, aldus Van der Zandt.

 

Binnen is ook Omar En Nakhly een opvallende verschijning. Met zijn 21 jaar is hij de jongste bezoeker. Hij draagt een vest van America Today, hippe jeans en witte sneakers van Adidas. Dit seizoen vertrok hij uit zijn geboortestad Napels naar Amsterdam, vanwege het avontuur: “Zo word je een echte man en ik wil hier studeren, maar daarvoor moet ik mij eerst ergens kunnen inschrijven.” Tot diep in de nacht leert hij zichzelf Engels, overdag werkt hij in de stad als schoonmaker en als serveerder. Als hij niet kan overnachten bij het StoelenProject, slaapt hij in de door hem gekraakte boot. Net als vele andere thuislozen heeft hij een legerslaapzak, waarin het ook onder het vriespunt nog warm is.

 

Het afvoerputje van de samenleving, zo omschrijft Marc Vos, de coördinator van de avond, het onderkomen. “Als je er bij ons niet in mag, slaap je buiten.” Tijdens deze koude periode zijn er vijftig bedden beschikbaar. Dat zijn er vijf meer dan normaal. Mannen mogen twee tot drie keer per week overnachten, vrouwen maximaal vier keer per week. Door de winterregeling neemt Vos het deze dagen echter niet zo nauw. Wie zijn rantsoen van drie dagen heeft opgebruikt slaapt op straat. Vos: “Ze kunnen of willen niet naar de gemeentelijke winteropvang. Daar wordt men bij binnenkomst gefouilleerd, er is veel personeel en er zijn bewakers. Hier komen mensen die op het randje zijn, zij worden kriegel van de situatie daar.”

 

Het StoelenProject is onopvallend gevestigd naast Waterkant, een café waar hip Amsterdam graag komt. Zij zullen niet snel merken dat ze op een paar meter afstand van deze daklozenopvang zijn. Andersom is dit wel het geval: “Elke nacht wordt er in het café om twaalf uur wel iemand jarig. Als het hier eenmaal rustig is, hoor je gejoel”, aldus Vos. Veel lijkt het de thuislozen niet te deren. Schouder aan schouder overnachten ze met 49 mensen in een hal, dezelfde hal waar ook wordt gegeten. De drie vrouwen krijgen een eigen plek toegewezen. Eén bed blijft over voor noodgevallen. ’s Nachts is er een wedstrijdje hoesten. Er wordt gesnurkt en uit een versleten slaapzak klinkt geruft en geboer. Een enkeling schuifelt eens naar de wc, een ander wordt wakker om een sjekkie te roken. Binnen geldt een zero tolerance-beleid wat betreft drank en drugs. Roken mag wel, anders komt niemand binnen. Maar hoe harder de afzuigkap, hoe kouder het wordt; vandaag staat het blauw.

Mensen komen hier om tal van redenen. Menno Krijger is sinds een half jaar actief als vrijwilliger bij het StoelenProject: “Aan sommige mensen hier zie je dat ze dakloos zijn, maar anderen doen er alles aan dit te verbergen. Ze geven veel om hygiëne, scheren zich elke dag en zijn echt niet gek. Ik vraag me dan af hoe die mensen hier terechtkomen.” Dit beeld wordt bevestigd door Vos: “Wij hebben hier heroïneverslaafden, maar ook mannen die morgen bij wijze van spreken papadag hebben. Mensen die tussen wal en schip vallen komen hier. Ze mankeren volgens de gemeente niet genoeg. Als je schulden hebt maar niet verslaafd bent, dan krijgt een instelling als het Leger des Heils niet genoeg subsidie om je te helpen.”

 

Om zeven uur ‘s morgens gaan de lichten weer aan. Na het ontbijt, dat door tien mensen wordt overgeslagen, worden de bonnen voor de komende dagen uitgedeeld. Vincent (38), die de nachtshift verzorgde, zwaait af. Straks komt de schoonmaakploeg en in de avond begint alles opnieuw. Het ‘gevaar’ is doorstaan.