Sinds twee jaar woont Ruud (56) in de opvang aan het Morspad in Leiden. Hij heeft daar een warme plek om te slapen, een wc en een douche die hij met niemand hoeft te delen. Toch is hij over veel dingen niet tevreden. Het leven van Ruud is een typisch voorbeeld van dat van vele thuislozen die in Leiden gebruik maken van de maatschappelijke opvang.

Langzaam komt hij de straat ingelopen. Hij steunt op zijn rollator waar verschillende plastic zakken aan hangen. Met nieuwsgierige ogen kijkt hij naar mij. Ruud, die niet met zijn achternaam wil worden vermeld, woont nu bijna twee jaar in het sociaal pension aan het Morspad: “Sinds dat bestaat woon ik hier. Ik ben blij dat ik nu voor langere tijd een vast plekje heb.”

Hoewel Ruud blij is met zijn kamertje, heeft hij het ook over de regels die het leven in het sociaal pension beperken: “Hier wordt echt je leven bepaald. Ze hebben me een keerruud bezopen in de struiken aangetroffen. Sindsdien kijken ze precies wat ik doe en mag ik geen sterk bier meer drinken.”

<< Ruud. © Christian Hauska

Ruud heeft dagelijks twee euro te besteden, wat volgens hem veel te weinig is. “Ik zou graag mijn kinderen en kleinkinderen vaker willen zien. Zij wonen niet ver weg, maar de trein is duur. Daarom zie ik hen nauwelijks.” De opvang aan het Morspad is een van meerdere locaties in Leiden van de stichting De Binnenvest.

De Binnenvest is voor mensen die tijdelijk onderdak of begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze door huurschulden, een verslaving, een verstandelijke handicap of een psychiatrische stoornis het dak boven hun hoofd zijn kwijtgeraakt of kwijt dreigen te raken. Over de stad verdeeld zijn er meerdere locaties met verschillende opvangfaciliteiten.
Het Papegaaisbolwerk 25 is bijvoorbeeld een dag- en nachtopvang met onder meer 24-uurs ruud2opvangvoorziening voor in totaal veertig mensen. Hier was Ruud regelmatig te gast voordat hij kon verhuizen naar zijn eigen kamer. Het sociaal pension waar hij nu woont, is een 24-uurs woonvoorziening voor mensen die begeleiding nodig hebben en niet in staat zijn zelfstandig te wonen.

Enkele dagen per week werkt Ruud in de cafetaria van het sociaal pension. Daar verkoopt hij koffie. “Op zich is het een prima idee daar te werken, maar er komen bijna geen mensen koffie halen. Je staat daar de hele tijd te wachten. Dat is vervelend.” Ik vraag Ruud of ik hem mag fotograferen. Met grote ogen kijkt hij naar mijn camera. Opeens kijkt hij heel ernstig. Dan begint hij met een heel andere verhaal: “Vroeger heb ik aan tapwedstrijden meegedaan. Ik was eerste van Zuid-Holland, en zelfs vierde van Nederland. Mijn vader was eigenaar van de “Einstein” in Leiden, dus het is me met de paplepel ingegoten.”

De uitgaven aan maatschappelijke opvang zijn in de afgelopen jaren flink toegenomen. Er zijn steeds meer mensen die gebruik maken van het aanbod van de maatschappelijke opvang in Nederland. Ruud is wat dat betreft maar één van de velen. Aan het eind van ons gesprek laat Ruud de remmen van zijn rollator los en loopt hij naar de ingang van het gebouw: “Ik moet nu werken. Vandaag is het slecht weer, dus de kans is groot dat mensen koffie willen kopen.”