Via het Leidse initiatief ‘Vluchteling aan tafel’ nodigde de redactie van TIDM gisteren de Syrische Tareq (26), Fares (24) en Sitra (10) uit om te komen eten. Tijdens het eten vingen wij een glimp op van het uitzichtloze leven van vluchtelingen in een noodopvang

“We krijgen twee keer per dag een diepvriesmaaltijd”, vertelt Tareq. “Deze maaltijden zijn niet gezond. We krijgen amper groenten of fruit.” Tareq komt uit Yarmouk, een stad vlakbij Damascus, waar hij vorig jaar zijn studie Engels afrondde. Toen hij net klaar was met zijn universitaire opleiding, moest hij vechten in het leger van Assad. Na zijn dienst wist hij te ontsnappen en vluchtte via Turkije, Griekenland, Servië, Oostenrijk en Duitsland naar Nederland.

Tareq verbleef in Nederland in veel verschillende tijdelijke opvangcentra. Uiteindelijk kwam hij terecht in het opvangcentrum aan de Wassenaarseweg in Leiden, waar hij nu vier maanden verblijft. Hij is in Nederland, maar zijn gedachten zijn in Yarmouk.

Hij laat een filmpje zien waarop beelden te zien zijn van de verwoeste stad waarin hij ooit gelukkig samenwoonde met zijn vriendin. In de video flitsen beelden voorbij van afgebrokkelde gebouwen, huilende kinderen en vermagerde mensen. Hij wordt emotioneel wanneer de bomgeluiden uit zijn luidspreker klinken. “Mijn vriendin is daar vermoord”, vertelt hij. Hij laat uit uitdrukkingsloos een foto zien van een mooie jonge vrouw . “Maar het leven gaat door. Hier in het opvangcentrum in Leiden.”

Op de vraag hoe hij de dagen doorkomt in het opvangcentrum antwoordt hij vlak: “Door op te staan, te wachten, nog meer te wachten en weer te slapen.” Er is niks te doen hier, er wordt weinig georganiseerd. “Wat zou jij doen als je in een vreemd land zou rond lopen zonder geld, familie en vrienden? Het liefste wil ik terug, zo snel mogelijk.” En in de tussentijd? “Ik wacht tot deze tijd voorbij is.”

Over de toekomst wil hij niet nadenken. “Ik wil niet stilstaan bij hoe ik nu verder moet. Het beangstigt mij, omdat ik niet weet hoe lang ik nog moet wachten. De enige manier om hier doorheen te komen is zo min mogelijk denken. Ik leef als een zombie.”