Het gaat vaak niet goed met vrouwen die als jongere in een jeugdinstelling hebben gezeten. Dat blijkt uit het onderzoek van Anne Krabbendam, die vandaag haar proefschrift verdedigt in Amsterdam.

Krabbendam onderzocht vrouwen 4,5 jaar nadat zij in een jeugdinstelling hebben gezet. De resultaten zijn niet positief: de vrouwen die als jongere hadden vastgezeten hadden meer kans op problemen met de mentale gezondheid en aanpassingsproblemen, waardoor zij niet goed konden functioneren in de maatschappij. Daarbij zijn een op de drie meisjes tienermoeders geweest, wat volgens Krabbenberg een zorgwekkend gegeven is omdat de vrouwen al niet goed voor zichzelf kunnen zorgen. De kans is groot dat gedrags- en mentale problemen worden doorgegeven aan de volgende generatie.

Volgens het proefschrift van Krabbendam is er niet één aanpak om te voorkomen dat het slecht afloopt met de meisjes in een gesloten instelling. Omdat de vrouwen weinig vertrouwen hebben in ‘het systeem’ is het normale zorgtraject niet geschikt voor hen. Hierdoor kregen maar weinig vrouwen psychiatrische hulp. Er zou dus een apart programma op maat opgesteld moeten worden voor de verschillende vrouwen, waarbij ook de familie van de vrouwen betrokken moeten worden. Ook adviseert Krabbendam een intensievere nazorg om de maatschappelijke positie van vrouwen te verbeteren

De promotie is vandaag om 13:45 in de Aula van de Vrije Universiteit, vrij toegankelijk.